Entree

|

Overheid Organisaties

|

Bijwerkingen

|

Vaccins

|

Medicijnen

|

Landen

|

Immuniteit

|

Artikelen

|

Contact
 
 

     
     
 

 

Een coronavaccin uit insectencellen

    Nemo Kennislink - Nicole van 't Wout 21 oktober 2020
     
    Wageningse wetenschappers werken sinds april aan een coronavaccin, gemaakt
    met insectencellen. Hoe staat de ontwikkeling er nu, bijna zes maanden later,
    voor? NEMO Kennislink nam een kijkje in het laboratorium.
     
    De cellen zijn afkomstig van nachtvlinders en worden hier in het lab al jarenlang gebruikt. Sinds
    april spelen ze ook een belangrijke rol in de strijd tegen het coronavirus. Na maanden werk,
    hebben de Wageningse onderzoekers hun eerste product in handen. Dit is een van de
    bijna tweehonderd vaccinkandidaten die wetenschappers wereldwijd maken. Terwijl het ene
    vaccin nog in de kinderschoenen staat, worden andere al getest op mensen. Het vaccin van
    Wageningse bodem zal de komende weken getest worden in muizen. Uit die muizenstudie
    moet blijken of het vaccin het immuunsysteem traint. Wellicht is dit het vaccin dat ons straks
    gaat beschermen tegen het coronavirus – heel bijzonder om dat productieproces van dichtbij te
    kunnen bekijken.
     
    Hoe maak je nu een vaccin in insectencellen? De onderzoekers gebruiken de cellen van
    nachtvlinders als fabriekjes om kleine spijker-vormige eiwitten na te maken die op de
    buitenkant van het coronavirus zitten. Deze spijkereiwitten vormen de basis van het vaccin. Die
    plakken de wetenschappers vervolgens op ronde piepkleine deeltjes, waardoor het geheel lijkt
    op een virus, maar niet schadelijk is. Het idee hierachter is dat ons immuunsysteem deze
    eiwitten op de kleine deeltjes herkent als indringer en er vervolgens antistoffen tegen
    aanmaakt. Daarover slaat het een soort notitie in zijn geheugen op. Als in de toekomst dan ooit
    het echte coronavirus het lichaam binnendringt, dan grijpt het immuunsysteem in. Het herkent
    het coronavirus via de gemaakte notitie en opent de aanval.
     
    Voor de kweek van vaccins in de insectencellen, gebruiken de onderzoekers ironisch genoeg een
    virus. Maar dan wel een voor mensen onschadelijk insectenvirus: het zogeheten baculovirus.
    Dat baculovirus is de boodschapper die cellen aanspoort om spijkereiwitten te maken. Dat is
    mogelijk doordat promovendus Linda van Oosten het gen voor het spijkereiwit in het
    baculovirus plaatste. Zo dragen de genetisch aangepaste virussen de blauwdruk van het
    vaccin bij zich. Vervolgens infecteren de virologen de insectencellen in de flesjes die Pijlman mij l
    liet zien. Het insectenvirus injecteert dan de genetische code van de spijkereiwitten in de
    insectencel, waarna de cellen dat DNA aflezen en het spijkereiwit van het coronavirus maken.
    “Zulke complexe spijkereiwitten kunnen onze insectencellen in grote hoeveelheden produceren”,
    aldus Pijlman.
     
    Het Wageningse team van zes personen staat er niet alleen voor. Vanaf dag één werken ze
    samen met Deense onderzoekers en verschillende bedrijven in Europa. De Wageningse Pijlman
    werd in april benaderd door de Deense wetenschappers, de initiatiefnemers van het project. “Ze
    vroegen of ik mee wilde werken aan een coronavaccin”, vertelt Pijlman enthousiast. “Gezien de
    heftige wereldwijde uitbraak van het virus hoefde ik daar niet lang over na te denken, ik zei
    direct ja”. In Denemarken werken de onderzoekers aan een soortgelijk vaccin, maar dan met
    cellen van fruitvliegjes. Bovendien maken zij net een ander deel van het virus na.
     
    Het volledige artikel: Nemo Kennislink - Nicole van 't Wout 21 oktober 2020
     
 
     
     
 

 

Immuniteit komt tergend traag

    NRC Handelsblad - Sander Voormolen 26 mei 2020
     
    Amper 3 tot 5 procent van de Europese bevolking is nu immuun tegen Covid-19. Toch is er nog
    hoop op groepsimmuniteit.
     
    Zelfs in Zweden, een van de weinige landen in Europa dat nooit een lockdown heeft ingevoerd
    om de corona-epidemie in te dammen, is groepsimmuniteit tegen het coronavirus nog lang
    niet in zicht. Dat blijkt uit de eerste meting van het Zweedse volksgezondheidsinstituut.
     
    De rapportage meldt dat in Stockholm nu 7,3 procent van de bevolking antistoffen tegen het
    virus heeft, elders in Zweden ligt het rond de 4 procent – teleurstellend ver van het niveau
    waarop groepsimmuniteit verwacht kan worden. Dat is de toestand dat zoveel mensen
    immuniteit hebben opgebouwd tegen het virus dat de epidemie zonder maatregelen vanzelf zal
    uitdoven. Volgens deskundigen wordt dat niveau voor dit virus SARS-CoV-2 bereikt vanaf het
    moment dat 60 procent van de bevolking immuniteit heeft ontwikkeld.
     
    De vraag is nu of die ‘bescherming door de kudde’ ooit wel gehaald zal worden. In veel westerse
    landen daalt het aantal nieuwe infecties inmiddels flink, wat ook betekent dat het aantal
    mensen dat immuniteit tegen het virus verwerft minder snel toeneemt. De opbouw van
    groepsimmuniteit gaat tergend langzaam.
     
    Een andere grote kwestie is hoe ‘hard’ deze gemeten afweer in de bevolking is. Er zijn vele
    voetangels. Ten eerste moet het onderzoek plaatsvinden bij een voldoende grote groep
    mensen die representatief is voor de regionale spreiding en leeftijdsopbouw van de bevolking.
    En in sommige onderzoeken kunnen deelnemers zichzelf aanmelden. Dat geeft kans op
    vertekening, omdat bijvoorbeeld mensen die vermoeden dat zij Covid-19 hebben gehad, zich
    eerder zullen aanmelden. En binnen landsgrenzen kan de regionale variatie erg groot zijn,
    waardoor een landelijk gemiddelde niet zoveel zegt.
     
    De aanwezigheid van antistoffen biedt ook nog geen garantie dat iemand niet opnieuw besmet
    kan raken. De ervaring met andere coronavirussen is dat immuniteit gemiddeld een paar jaar
    standhoudt, waarna iemand opnieuw bevattelijk is.
     
    Afgezien van een aantal hotspots in vooral grote steden komt nu het aandeel mensen met
    antistoffen tegen SARS-CoV-2 in geen enkel Europees land boven de 5 procent uit. In de
    eerste testronde die bloedbank Sanquin onder bloeddonors uitvoerde bleek dat gemiddeld 3
    procent van de Nederlanders antistoffen tegen SARS-CoV-2 heeft, met grote regionale
    verschillen. In Oost-Brabant, waar de epidemie het hevigst woedde, was het bijna 10 procent.
    Inmiddels is de antistoffentest herhaald, de uitslag daarvan wordt volgende week verwacht.
     
    In België lijkt het percentage mensen dat immuniteit heeft tegen het nieuwe coronavirus iets
    hoger. In het laatste onderzoek van het Belgische instituut voor gezondheid Sciensano bleek
    dat 8,4 procent van de gezondheidswerkers in België antistoffen heeft. Onder de algemene
    bevolking ligt het niveau beduidend lager, bleek in een meting half april: 4,3 procent. In een
    publicatie in Science eerder deze maand berekenden onderzoekers dat de immuniteit in
    Frankrijk gemiddeld uitkomt op 4,4 procent.
     
    Een nog niet gepubliceerde overzichtsstudie laat zien dat er in Italië – niet onverwacht – grote
    regionale verschillen bestaan. In de zwaar getroffen regio Lombardije komt het aantal mensen
    dat de infectie heeft doorgemaakt uit op 13 procent, maar voor heel Italië landt het op 4,8
    procent. Dat komt overeen met de uitkomst van een kleine steekproef in buurland
    Oostenrijk: 4,7 procent.
     
    In Spanje, een ander land dat zwaar getroffen is door corona, springt de regio Madrid eruit met
    14,2 procent van de bevolking met antistoffen. Het landelijk gemiddelde komt ook daar weer
    uit op 5 procent.
     
    Tijdens een persconferentie vorige week meldde de Britse gezondheidsminister Matt
    Hancock dat inmiddels 17 procent van de Londenaren antistoffen tegen het coronavirus heeft.
    Elders in het Verenigd Koninkrijk zou het aandeel op 5 procent liggen.
     
    Uitzonderlijk laag zitten de Denen. In een steekproef onder ruim duizend willekeurige
    volwassenen blijkt dat ongeveer 1 procent van de bevolking antistoffen heeft tegen SARS-CoV-
    2. Het zijn voorlopige cijfers, want voor een betrouwbaar landelijk beeld is de steekproef nog te
    klein.
     
    Er is ook hoop. Sommige wetenschappers vragen zich hardop af of de magische grens van 60
    procent immuniteit wel nodig is om uitbraken van het virus te dempen. Gebleken is dat
    sommige mensen niet of nauwelijks ziek worden door Covid-19, mogelijk omdat zij beschermd
    worden door eerder verworven immuniteit tegen milde coronavirussen die alleen verkoudheid
    veroorzaken. Hoe robuust deze bescherming is en hoe wijd verspreid die is onder de bevolking,
    is nog niet bekend. Maar het kan er wel toe bijdragen dat groepsimmuniteit voor SARS-CoV-2
    mogelijk eerder wordt bereikt, schrijven wetenschappers onder leiding van Ricardo Aguas van de
    universiteit van Oxford. Hun redenering is dat de mensen die het gevoeligst zijn voor de
    infectie, het virus ook het snelst zullen oplopen en dat dus na verloop van tijd steeds meer
    mensen zullen overblijven die minder bevattelijk zijn voor het virus.
     
    Andere onderzoekers voeren aan dat de modellen die het niveau van groepsimmuniteit
    berekenen uitgaan van een uniform gemengde bevolking. Maar in de praktijk wordt er
    misschien al een heel veel groepsbescherming geleverd als de groepen met de meeste sociale
    contacten in de bevolking voldoende immuniteit hebben opgebouwd. Ook in dat scenario komt
    de door politici zo vurig gewenste groepsimmuniteit eerder in zicht.
     
    Het volledige artikel: NRC Handelsblad - Sander Voormolen 26 mei 2020
     
 
     
     
 

 

 
  Zo’n 200 ernstig zieke coronapatiënten in Oostenrijk, Duitsland en Denemarken krijgen een
  nieuw medicijn toegediend. De werkzame stof daarvan is APN01. In eerdere tests met
  vrijwilligers is al gebleken dat het middel veilig is en dat mensen het goed verdragen.
  De praktijktest wordt uitgevoerd door het Weense biotechnologiebedrijf Apeiron.
   
  De oprichter van Apeiron, Josef Penninger, begon al 15 jaar geleden met onderzoek naar
  APN01. De werkzame stof was eigenlijk bedoeld voor de behandeling van acute longziekten.
  Zoals recentelijk is aangetoond, is de belangrijkste doodsoorzaak bij Covid-19 het acute
  ademnoodsyndroom (ARDS).
   
  Het actieve ingrediënt is een synthetisch enzym met een dubbele werking potentieel: het kan
  coronavirusinfectie (SARS-CoV-2) in de cellen blokkeren en ontstekingsreacties in de longen
  verminderen. APN01 (rhACE2) bevat de receptor ACE2, die essentieel is voor de besmettingsweg
  die door de eerste SARS-epidemie in 2003 werd geactiveerd. De nieuwe coronavirusstam SARS-
  CoV-2 heeft ook de ACE2-receptor nodig om menselijke cellen te infecteren, zegt Penninger
  die lesgeeft aan de Universiteit van British Columbia. De recombinante ACE2 in zijn werkzame
  stof blokkeert het virus en beschermt de organen.
   
  Op de Oostenrijkse televisiezender ORF legde de wetenschapper uit dat de werkzame stof het
  virus eigenlijk voor de gek houdt. Het middel imiteert het enzym dat het virus gebruikt om
  cellen te penetreren. Als gevolg daarvan is het virus gebonden aan de werkzame stof APN01 in
  plaats van aan het oppervlak van een cel. Dit voorkomt dat het virus de cellen infecteert en het
  wordt vervolgens uitgescheiden met het medicijn.
   
  De ACE2-receptor vindt zijn genexpressie zowel in het slijmvlies van de ademwegen als in het
  longweefsel. Dit is de toegangsroute waarlangs het SARS-CoV-2-virus de cellen infecteert.
  Tegelijkertijd is ACE2 ook de kritische receptor voor het binnendringen van SARS-CoV-2 in
  menselijke cellen. De behandeling met recombinante menselijke ACE2 kan daarom niet alleen
  worden gebruikt om de virussen in het bloed te remmen, maar ook om de longen en andere
   organen te beschermen tegen letsel. APN01 wordt intraveneus toegediend als infuus.
   
  Penninger verwacht dat de resultaten van de centrale klinische studie tegen de zomer zullen
  worden geëvalueerd. Als de prognoses correct zijn, zal de onderneming overgaan tot de
  wereldwijde goedkeuring van de werkzame stof APN01. Er zullen dan geen belemmeringen meer
  zijn voor het gebruik van APN01. De stof is al in productie, vertelde de onderzoeker aan
  Oostenrijkse media.
   
  Het onderzoek staat onder leiding van Henning Bundgaard, verbonden aan de Faculty of Health
  and Medical Sciences der Universität Kopenhagen.
  Andere onderzoekscentra: Universitätsklinikum Hamburg Eppendorf en het Klinikum rechts der
  Isar der Technischen; Universität München in Duitsland, de Medizinische Universität Wien, en
  het Kaiser-Franz-Josef-Spital in Wenen, de Medizinische Universität Innsbruck, en de
  Universitätsklinikum Salzburg in Oostenrijk en de  Deense ziekenhuizen National University
  Hospital, das Rigshospitalet Kopenhagen,  Herlev Gentofte Hospital, Hvidovre Hospital en
  Nordsjællands Hospital Hillerød.
   
  Volledig artikel: Innovation Origins - Hildegard Suntinger
   
 
     
     
 

 

 
 

Het Laboratorium voor Virologie van de Universiteit van Wageningen gaat speciale, complexe

  eiwitten maken in cellen van insecten. Die eiwitten zijn een noodzakelijk bestanddeel van een
  experimenteel vaccin, dat wordt ontwikkeld door een consortium, geleid door het Deense bedrijf
  Expres2ion Biotechnologies. Ook het Leidse LUMC is bij het initiatief betrokken.
   
  De Wageningse virologen hebben jarenlange ervaring met het produceren van complexe eiwitten.
  Ze doen dit met behulp van technologie die ook gebruikt wordt voor het vaccin tegen
  baarmoederhalskanker, wat opgenomen is in het rijksvaccinatieprogramma.
  Bij de Wageningse aanpak worden de coronavirus eiwitten gemaakt in insectencellen, wat ervoor
  zorgt dat snel, veilig en grote hoeveelheden gemaakt kunnen worden.
   
  In het consortium worden een aantal verschillende prototype vaccins gemaakt, waarvan de beste
  iteindelijk zal worden doorontwikkeld. De verwachting is dat die keuze in het najaar gemaakt
  wordt. Financiering van het onedrzoek door de Europese Commissie.
   
  Volledig artikel: Wageningen University & Research
   
 
 

 
 
Entree

|

Overheid Organisaties

|

Bijwerkingen

|

Vaccins

|

Medicijnen

|

Landen

|

Immuniteit

|

Artikelen

|

Contact
 
 

Vaccins en medicijnen tegen coronavirus SARS-CoV-2 | Liliane Limpens | Disclaimer | update 09 januari 2021