Index

|

Overheid RIVM WHO CEPI CCMO

|

Vaccinresearch

|

Medicijnen

|

Immuniteit

|

Landen

|

Artikelen Columns

 
 

     
     
 

 

Ruim 5 procent van Nederlanders beschikt over corona-antistoffen

    Nu.nl 18 november 2020
     
    Bij 5,1 procent van de Nederlandse bevolking waren begin oktober corona-
    antistoffen aanwezig. Ook waren bij 94 procent van de deelnemers aan de
    Pienter Corona Studie zes maanden na de infectie nog antistoffen
    waarneembaar, blijkt uit de tussentijdse rapportage van het RIVM.
     
    Deze informatie werd dinsdag gedeeld door minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) in de
    Stand van Zakenbrief (pdf). Het RIVM laat woensdag in een reactie weten dat het hier om een
    tussenrapportage gaat en dat de volledige resultaten eind deze maand worden gepubliceerd.
     
    "De aangemaakte antistoffen vertoonden tevens een stijging in het vermogen tot binding aan
    het virus. Dit zijn gunstige resultaten", aldus De Jonge.
     
    Het RIVM verzamelt voor de Pienter Corona Studie informatie over de aanwezigheid van corona-
    antistoffen in het bloed van mensen. Hierdoor weet het instituut hoeveel Nederlanders in
    aanraking zijn gekomen met het virus.
     
    Het is inmiddels de derde keer dat het RIVM de Pienter Corona Studie uitvoerde. De eerste
    ronde was in april met 3.200 deelnemers. Toen werd de aanwezigheid van antistoffen tegen het
    coronavirus bij 2,8 procent vastgesteld. In juni (7.300 deelnemers) steeg dit percentage naar
    4,5 procent. Het is niet bekend hoeveel bloedmonsters voor de recentste studie zijn onderzocht.
     
    Mensen die het coronavirus oplopen, maken in de meeste gevallen antistoffen aan. Volgens het
    RIVM is iemand daarna enige tijd beschermd. Het is niet duidelijk hoelang die bescherming
    duurt. Antistoffen worden ook aangemaakt bij inenting met een toekomstig coronavaccin.
     
    Het volledige artikel: Nu.nl 18 november 2020
     
 
     
     
 

 

Goed nieuws: 'Immuniteit na coronabesmetting houdt wél lang aan'

    Welingelichte Kringen - Jeannette Kras 6 november 2020
     
    De grote vraag is hoe lang je na een coronabesmetting immuun blijft tegen het virus.
    Wetenschappers komen met het sterkste bewijs tot nu toe dat mensen voor lange tijd, mogelijk
    jaren, immuun zijn. Daarover schrijft The Guardian.
     
    Onderzoekers van de New Yorkse Rockefeller University ontdekten dat het immuunsysteem zich
    niet alleen het virus blijft herinneren, maar ook de kwaliteit van de beschermende antilichamen
    verbetert nadat de infectie voorbij is. Dringt het coronavirus voor een tweede keer je lichaam
    binnen dan is je immuunsysteem dus snel en goed in staat om het te verdrijven.
     
    “Dit is heel goed nieuws,” zegt hoofd moleculaire immunologie van Rockefeller, Michel
    Nussenzweig over de studie. “De verwachting is dat mensen in staat zijn om snel antilichamen te
    produceren en meerdere keren een infectie kunnen weerstaan.”
     
    Het is nog onduidelijk hoelang het geheugen van het immuunsysteem het virus opslaat, maar
    Nussenzweig zegt dat je potentieel voor jaren beschermd bent. De ontdekking kan verklaren
    waarom herbesmettingen tot nu toe zo zeldzaam zijn.
     
    Het volledige artikel: Welingelichte Kringen - Jeannette Kras 6 november 2020
     
 
     
     
 

 

Israëlische wetenschappers komen met nieuw antilichamen medicijn

    tegen coronavirus
    Joods.nl - Joop Soesan 16 oktober 2020
     
    Uit een onlangs vrijgegeven maar nog niet door vakgenoten bestudeerde studie die is
    gepubliceerd in BioRxiv, van Israëlische wetenschappers onderleiding van Dr. Natalia Freund en
    promovendus Michael Mor van de Sackler Geneeskunde Faculteit van de Tel Aviv Universiteit,
    blijkt dat een door hen ontwikkelde nieuwe antilichaamcocktail weken, en mogelijk zelfs
    maanden, natuurlijke immuniteit tegen COVID-19 kan bieden.
     
    Volgens een universitaire aankondiging isoleerde en karakteriseerde het team zes antilichamen
    die waren afgeleid van het bloed van ernstig zieke COVID-19-patiënten, en combineerde
    vervolgens drie antilichamen tegelijk voor een krachtige in-vitro-cocktail tegen SARS-CoV-2, het
    virus dat COVID-19 veroorzaakt. De wetenschappers hebben patent aangevraagd op de
    antilichamen via Ramot, de Technology Transfer Arm van de Universiteit van Tel Aviv. Hun
    onderzoek wordt momenteel ook bestudeerd door het peer-reviewed medische tijdschrift PLOS
    Pathogens.
     
    In een telefonisch interview met NoCamels legt Dr. Freud uit dat “De antilichamen zich op
    verschillende plekken aan het virus binden en neutraliseren het virus met verschillende
    mechanismen”. De antilichamen “waren effectiever wanneer ze werden gecombineerd dan
    alleen, en we kregen een zeer efficiënte neutralisatie van het virus in weefselkweek.”
     
    In afwachting van succesvolle klinische proeven met mensen, ondersteunen de gegevens van
    de studie “het gebruik van gecombineerde antilichaamtherapie om COVID-19 te voorkomen en
    te behandelen”, schreven de wetenschappers in hun studie.
     
    Het onderzoek begon in april, ongeveer een maand na de eerste blokkering van het nationale
    coronavirus door Israël. De wetenschappers rekruteerden 18 van Israëls eerste COVID-19-
    patiënten – 10 met milde of geen symptomen, en acht ernstig zieke patiënten die in het
    ziekenhuis werden opgenomen, en waarvan sommigen zelfs werden beademd, in de medische c
    entra Ichilov en Kaplan. Alle deelnemers herstelden van de ziekte.
     
    Ze ontdekten dat slechts een klein deel van de licht zieke deelnemers neutraliserende
    antilichamen ontwikkelde en sommigen geen. Ondertussen bevatte het bloed van alle ernstig
    zieke patiënten neutraliserende antilichamen.
     
    Deze bevindingen suggereren dat mensen met een milde of asymptomatische infectie de ziekte
    mogelijk een tweede keer kunnen oplopen, terwijl degenen die hersteld zijn van een ernstigere
    infectie mogelijk beschermd zijn, aldus de verklaring van de universiteit.
     
   
     
    “We hebben de cellen die deze antilichamen produceren gesequenced, deze cellen worden B-l
    ymfocyten genoemd, dit zijn cellen van het immuunsysteem ”, legt Dr. Freund uit, waarbij ze
    benadrukt dat ze van nature in het lichaam voorkomen.
     
    “Uiteindelijk waren we in staat om zes verschillende antilichamen te isoleren die het virus
    neutraliseerden, en produceerden ze in het laboratorium. Dus we reproduceerden in feite de
    antilichamen en maakten een monoklonale (in het laboratorium gemaakte identieke
    immuuncellen die allemaal klonen zijn van een unieke oudercel) antilichamen, en we mengden
    deze en testten hun gebruik bij het neutraliseren van het virus, alleen en in combinatie met
    elkaar, ”, voegde ze eraan toe.
     
    De cocktail van de Israëlische wetenschappers, legt dr. Freund uit, wordt op natuurlijke wijze
    verkregen door het immuunsysteem van de patiënt, wat betekent dat het waarschijnlijk veiliger
     is om te gebruiken “omdat het natuurlijke menselijke antilichamen zijn, en er zijn geen
    verwachte nadelige effecten”, vertelt ze aan NoCamels.
     
    De cocktail is in een celcultuur getest op het levende virus, maar nog niet op mensen. Omdat
    de antilichamen op natuurlijke wijze zijn ontwikkeld door het immuunsysteem van de patiënt,
    zijn ze waarschijnlijk veilig voor gebruik, zei Freund.
     
    “Omdat deze antilichamen stabiel zijn in het bloed, kan een preventieve injectie enkele weken
    en mogelijk zelfs maanden bescherming bieden”, zei ze.
     
    De volgende fase in het onderzoeksproject is het testen van de cocktail op mensen.
     
    Het volledige artikel: Joods.nl - Joop Soesan 16 oktober 2020
     
 
     
     
 

 

Hoe onze afweer worstelt met corona

    NRC Handelsblad - Sander Voormolen 9 oktober 2020
     
    Immunologie
    Waarom wordt de ene persoon doodziek van corona, terwijl een
    ander niet of nauwelijks iets merkt van de infectie?
     
    Alsof je midden in een dramatische film valt, zonder het begin te hebben gezien. Dat gevoel
    heeft medisch immunoloog Jacques van Dongen van het LUMC in Leiden als hij in zijn
    onderzoek probeert de reactie van het afweersysteem tegen het coronavirus SARS-CoV-2 te
    ontrafelen. „Bij mensen die positief testen op het virus heeft de infectie al minimaal vier dagen
    daarvoor plaatsgevonden. Patiënten die met corona in het ziekenhuis belanden hebben het
    virus nog veel langer onder de leden. Al die tijd is het immunologische proces al onderweg. Maar
    ik ben zo benieuwd hoe de afweer reageert op het moment dat het virus binnenkomt.”
     
    De manier waarop het immuunsysteem reageert op dit nieuwe coronavirus gaat soms tegen alle
    verwachtingen in. In de wetenschappelijke literatuur verschijnen regelmatig nieuwe verrassende
    inzichten. Wetenschappers doen hun best om het te rijmen met hun bestaande kennis. Maar
    eenduidig is het verhaal nog niet, ieder legt vanuit zijn eigen achtergrond een ander accent.
     
    Van Dongen benadrukt het belang van goede antistoffen, die zich richten tegen het gedeelte
    van het spike-eiwit waarmee het virus menselijke cellen binnendringt. Zijn collega van het UMC
    Groningen, vaccinoloog en immunoloog Debbie van Baarle, ziet juist een hoofdrol voor de
    afweer op basis van T-cellen. En viroloog Lia van der Hoek van het Amsterdam UMC legt de
    nadruk op de trukendoos van het virus, waarmee het aan de afweer ontsnapt.
     
    Het volledige artikel: NRC Handelsblad - Sander Voormolen 9 oktober 2020
     
 
     
     
 

 

'Neusspray in de maak, die mogelijk beschermt tegen corona'

    Welingelichte Kringen - Jeannette Kras 29 september 2020. Bron: The Guardian.   
     
    Wetenschappers werken aan een neusspray die een besmetting met het coronavirus in de kiem
    kan smoren. De resultaten van onderzoek bij fretten zijn alvast veelbelovend.
     
    Een medicijnachtig molecuul in de spray kan in de neusgaten in contact komen met viruscellen
    om zo het immuunsysteem van het lichaam te activeren. INNA-051, zoals het werkzame
    bestanddeel heet, zet een aantal processen in werking, waaronder de vrijlating van de inmiddels
    bekende immuuncellen, cytokines. Die stimuleren dan het mechanisme dat voorkomt dat het
    virus zich vermenigvuldigt in cellen.
     
    Een uitgebreide studie van onder meer onderzoekers van Public Health England bij fretten was
    heel succesvol. Onderzoek bij mensen moet nu uitwijzen of het middel veilig en effectief is
    tegen het coronavirus. Mensen zouden dan de neusspray enkele keren per week kunnen
    gebruiken als een voorzorgsmaatregel, te beginnen bij risicogroepen en zorgmedewerkers.
     
    “De hoop is dat het middel de duur en de ernst van de symptomen vermindert. Als je het aantal
    virusdeeltjes in de neus kunt verkleinen, is mogelijk ook de kans op transmissie kleiner,”
    denkt professor in de infectieziekten, Roberto Solari van het Imperial College London, die zelf
    niet bij het onderzoek betrokken was.
     
    Het olledige artikel: Welingelichte Kringen - Jeannette Kras 29 september 2020. Bron: The Guardian.   
     
 
     
     
 

 

Herbesmetting Studie naar oude coronavirussen: eind dit jaar golf van

    herbesmettingen mogelijk
    De Volkskrant - Maarten Keulemans 14 september 2020
     
    Binnen een jaar is immuniteit tegen coronavirussen uitgewerkt. Daarop duidt Amsterdams
    onderzoek naar de vier verkoudheidscoronavirussen die al decennia rondgaan. Geldt dat ook
    voor het nieuwe virus, dan kunnen we in ons land eind dit jaar een golf herbesmettingen
    verwachten.
     
    ‘Er is geen enkele reden te bedenken waarom dit niet zou opgaan voor het nieuwe coronavirus’,
    zegt viroloog en onderzoeksleider Lia van der Hoek (Amsterdam UMC). ‘De vier coronavirussen
    die we hebben bekeken zijn onderling behoorlijk verschillend. Toch zien we steeds hetzelfde
    patroon: je bent grofweg twaalf maanden beschermd tegen de volgende infectie.’
     
    Wel is de vraag hoe ziek men de tweede keer wordt. Een 33-jarige Hongkonger bij wie het
    nieuwe coronavirus onlangs al na amper een halfjaar voor de tweede keer werd vastgesteld,
    merkte daarvan in elk geval niets. ‘Maar dat is maar één geval’, zegt Van der Hoek. ‘En
    minstens zo belangrijk is dat hij echt een besmetting doormaakte, waarbij het virus zich
    vermenigvuldigde en hij andere mensen had kunnen besmetten.’
     
    Het volledige artikel: De Volkskrant - Maarten Keulemans 14 september 2020
     
 
     
     
 

 

Studie: 'Antilichamen tegen corona tot vier maanden na herstel

    aanwezig'
    HLN 2 september 2020 | bron ANP
     
    Antilichamen tegen het nieuwe coronavirus zijn tot vier maanden in hogere
    concentraties aanwezig in meer dan 90 procent van de herstelde coronapatiënten
    in IJsland. Dat wordt gesteld in een studie die gisteren is verschenen in het New
    England Journal of Medicine. 
     
    In eerdere studies werd juist waargenomen dat het aantal antilichamen tegen het longvirus
    binnen een aantal maanden na het herstel scherp afnam. Daardoor rezen vragen over de
    eventuele duur van de verhoogde immuniteit na een besmetting.
     
    De nieuwe IJslandse bevindingen dragen bij aan de kennis over herbesmettingsrisico’s en de
    duurzaamheid van eventuele vaccins, stelt Kari Stefansson, de topman van deCode Genetics,
    het biotechbedrijf dat de studie uitvoerde.
     
    De wetenschappers onderzochten bloedmonsters van meer dan 30.000 IJslanders. Van de 1.215
    mensen die volgens pcr-tests besmet zijn geweest, had 91 procent een toename van het aantal
    antilichamen in de twee maanden na de diagnose.
     
    Daarna bleef het aantal stabiel, aldus de onderzoekers. De resultaten, die gepubliceerd zijn in
    het New England Journal of Medicine, betreffen een homogene populatie binnen één land. De
    kans is dus groot dat soortgelijke studies onder andere populaties in andere landen ook andere
    resultaten opleveren.
     
    Het volledige artikel: HLN 2 september 2020 | bron ANP
     
 
     
     
 

 

Onderzoek: 'Immuunsysteem vrouwen pakt coronavirus effectiever

    aan'
    Margriet - Ilse van Roekel 2 september 2020
     
    Jong of oud, man of vrouw: het coronavirus kan iedereen treffen. Maar wat wel
    opvallend is, is dat het virus dodelijker blijkt te zijn voor mannen dan voor
    vrouwen. Zestig procent van de mensen die aan het coronavirus is overleden, is
    van het mannelijke geslacht. Onderzoekers hebben nu een mogelijke oorzaak
    gevonden voor dit verschil. 
     
    Dat mannen vaker dan vrouwen overlijden aan het coronavirus, heeft te maken met de
    immuunreactie van het lichaam. Bij vrouwen zou het immuunsysteem het coronavirus
    effectiever aanpakken. Dat schrijven wetenschappers in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.
     
    De onderzoekers ontdekten dat het immuunsysteem van mannen en vrouwen dus anders
    reageert, wat de reden is dat mannen vatbaarder zijn voor ernstige klachten door het virus. Dat
    ontdekten de onderzoekers door bloed, neus- en wangslijm van coronapatiënten te bestuderen,
    en op basis daarvan de immuunrespons te analyseren. Al snel bleek dat er grote verschillen
    waren tussen de mannelijke en vrouwelijke patiënten. Deze ontdekkingen zouden essentieel
    kunnen zijn bij de ontwikkeling van een vaccin: hebben mannen en vrouwen een andere
    dosering van de prik nodig?
     
    Mannen maakten bijvoorbeeld opvallend veel meer ontstekingseiwitten – zogenoemde
    cytokinen – aan. Die zorgen voor de ontsteking die ontstaat na besmetting met een virus, en
    zetten het immuunsysteem aan het werk. Bij patiënten met een ernstige vorm van het
    coronavirus was er vaak sprake van een cytokinestorm. Hierbij worden er eigenlijk te veel
    cytokinen aangemaakt, waardoor er verschillende ontstekingsreacties ontstaan in het lijf. Onder
    meer de longen en de hartspier kunnen daaronder lijden, wat ernstige gevolgen heeft. Dat
    mannen meer van die cytokinen aanmaken, kan er ook voor zorgen dat zij vaker ernstige
    klachten hebben, stellen de onderzoekers.
     
    Daarnaast zeggen de onderzoekers dat T-cellen een hoofdrol spelen in het verschil in
    immuunsysteem van mannen en vrouwen. T-cellen zijn witte bloedcellen die het virus
    herkennen en elimineren. Samen met de antistoffen vallen deze onder het zogenaamde
    ‘aangeleerde deel’ van je immuunsysteem. Deze cellen maak je aan terwijl je het virus hebt, en
    ze zorgen samen met antistoffen voor je immuniteit tegen het virus. Vrouwen maakten meer
    van die T-cellen aan en hun immuunsysteem kan ze beter activeren dan dat van mannen. Ook
    de leeftijd van mannen speelt hierbij een rol: hoe ouder de man, hoe slechter de reactie van
    deze afweercellen. Bij vrouwen neemt die hoeveelheid en effectiviteit van T-cellen niet af.
     
    Waar de verschillen precies vandaan komen is nog niet bekend, maar helemaal uit het niets
    komt dit onderzoek niet. Er is al langere tijd bekend dat het immuunsysteem van mannen net
    iets anders werkt dan dat van vrouwen. Zo hebben vrouwen bijvoorbeeld veel vaker last van
    auto-immuunziekten, omdat hun immuunsysteem een stuk harder werkt. Daarmee is het niet
    alleen in staat om ziektemakers sneller te vernietigen dan bij mannen, maar is de kans ook
    groter dat gezonde cellen aangevallen worden door dit afweersysteem.
     
    Het volledige artikel: Margriet - Ilse van Roekel 2 september 2020
     
 
     
     
 

 

Niet iedereen die Corona krijgt maakt ook antilichamen aan

    Innovation Origins - Petra Wiesmayer 26 augustus 2020
     
    Wetenschappers van het universitair ziekenhuis van Jena onderzoeken verder of
    deze mensen die geen antistoffen hebben, ook geen immuniteit hebben
    opgebouwd.
     
    Duitse wetenschappers van het Universiteitsziekenhuis van Jena (UKJ) hebben aangetoond dat
    niet iedereen die ziek wordt door het coronavirus, ook antilichamen tegen dat virus aanmaakt.
    Of ze ook geen immuniteit opbouwen, is nog de vraag. Dat mensen in elk geval twee keer
    Corona kunnen krijgen, bleek vorige week. In Hong Kong werd een man die in april COVID-19
    opliep, opnieuw met deze ziekte geïnfecteerd.
     
    De UKJ begon in mei een studie in Neustadt in Thüringen. De dorp, die iets minder dan 1.000
    inwoners telt, stond vanaf 22 maart 2020 twee weken onder quarantaine. Aan het einde van
    deze periode bleek dat er 49 mensen besmet waren. Twee van hen stierven.
     
    Een tienkoppig team van wetenschappers onderzocht alle inwoners op het virus. Zowel door
    middel van uitstrijkjes voor acute infecties, als door middel van antilichaamtests voor vroegere
    infecties. Ze namen bloed- en keelspoelwatermonsters, vroegen hen naar de details van de
    symptomen en de mogelijke blootstelling aan het virus.
     
    De wetenschappers rond Prof. Mathias Pletz, directeur van het Instituut voor
    Infectiegeneeskunde en Ziekenhuishygiëne van de UKJ, kwamen tot een nog veel verrassender
    uitkomst van hun onderzoek. Niet alle mensen die aan het begin van het jaar als geïnfecteerd
    werden gediagnosticeerd, hadden antistoffen in hun bloed.
     
    “We waren verbaasd dat de helft van de besmette mensen, bij wie het virus 6 weken eerder was
    ontdekt, geen antilichaamtiters (titer= hoeveelheid bepaalde antilichamen in het bloed; red.)
    had, hoewel we er met zes verschillende tests naar zochten”, zegt Prof. Pletz. “Dit verrassende
    resultaat roept veel nieuwe vragen op. Het is duidelijk dat zelfs met een negatieve
    antilichaamtest niet echt kan worden uitgesloten dat er eerder een COVID-infectie is geweest.”
     
    Bovendien is het ook niet duidelijk “of het gebrek aan antilichaam productie na een COVID-
    infectie kan worden gelijkgesteld met het gebrek aan immuniteit,” zei de infectioloog. Om deze
    vraag tot op de bodem uit te zoeken, voeren wetenschappers van het Instituut voor
    Immunologie onder leiding van Prof. Dr. Thomas Kamradt nu verder onderzoek uit.
     
    Ze zoeken naar specifieke afweercellen in studiedeelnemers die ondanks een bevestigde
    infectie geen antilichamen hebben aangemaakt. Deze onderzoeken zijn echter uitgebreid en
    lopen nog steeds. Daarnaast plannen de onderzoekers volgend najaar verder onderzoek in
    Neustadt.
     
    Het volledige artikel: Innovation Origins - Petra Wiesmayer 26 augustus 2020
     
 
     
     
 

 

Is er op sommige plekken echt al sprake van groepsimmuniteit tegen

    corona?
    NewScientist - Jessica Hamzelou 25 augustus 2020
     
    Is er op plekken als Madrid al groepsimmuniteit tegen het coronavirus? Sommige
    deskundigen denken van wel, anderen claimen dat we helemaal niet kunnen
    berekenen wanneer dat het geval is.
     
    Groeps- of kudde-immuniteit heeft een hobbelige rit doorgemaakt tijdens de coronapandemie.
    In sommige landen werd het concept aanvankelijk opgevoerd als een haalbare strategie om de
    verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Later werd het verworpen.
     
    Nu melden sommige krantenkoppen echter dat er plekken zijn waar al sprake zou zijn van
    groepsimmuniteit, zoals Groot-Brittannië en delen van Londen, New York en Mumbai. Anderen
    waarschuwen echter dat er miljoenen doden zullen moeten vallen voordat we dat punt bereiken.
     
    De werkelijkheid is veel rommeliger, deels doordat wetenschappers het er niet eens met elkaar
    over eens zijn wat groepsimmuniteit precies ís – laat staan hoe we er moeten komen. Hoe w
    eten we dan of populaties beschermd zijn tegen het coronavirus?
     
    De definitie van groepsimmuniteit hangt af van wie je ernaar vraagt. Maar laten we aannemen
    dat het begrip verwijst naar een situatie waarin een voldoende groot deel van een populatie
    immuun is voor een ziekteverwekker om te voorkomen dat die zich verder verspreid door de
    gemeenschap. Zij die er wel ontvankelijk voor zijn, worden indirect beschermd door de
    immuunrespons van anderen. Die immuunrespons kan zich ontwikkeld hebben nadat iemand
    door een ziekteverwekker besmet werd, of door een vaccin.
     
    Onze ervaring met andere virussen laat zien hoe groepsimmuniteit kan ontstaan.
    Seizoensvirussen zoals verkoudheid gaan vaak door een populatie heen totdat genoeg
    mensen de ziekteverwekker zijn tegengekomen en er een beschermende immuunrespons
    tegen hebben ontwikkeld. De inzet van het BMR-vaccin leidde in sommige landen tot
    groepsimmuniteit voor mazelen.
     
    Maar groepsimmuniteit is niet noodzakelijk blijvend. Virussen kunnen evolueren en veranderen.
    En als minder mensen zich laten vaccineren, kan een virus een comeback maken.
     
    Bij het coronavirus zijn er nog meer uitdagingen. Om te beginnen weten we niet welk percentage
    van een populatie immuun moet zijn om te mogen spreken van groepsimmuniteit. Dit
    percentage wordt meestal geschat op basis van het basale reproductiegetal, R0, van een virus.
    Dat geeft weer hoeveel andere mensen iemand die het virus heeft infecteert.
     
    Uit de meeste schattingen blijkt dat tussen 60 en 70 procent van een populatie immuun moet
    zijn voor het coronavirus om ervoor te zorgen dat het zich niet meer in een gemeenschap kan
    verspreiden. Daarbij wordt uitgegaan van een R0 tussen 2,5 en 3.
     
    Maar zelfs als we dit niveau zouden bereiken, garandeert dat niet dat het virus zich helemaal
    niet meer verspreidt. Het kan onder bepaalde omstandigheden nog steeds worden doorgegeven
    van iemand die geïnfecteerd is naar iemand die kwetsbaar is.
     
    Het is moeilijk te bepalen wanneer kudde-immuniteit bereikt is, maar een afname in het aantal
    gevallen zou een goede indicatie zijn. Het probleem is alleen dat mensen zich niet als
    kuddedieren gedragen. De berekening voor de drempel van groepsimmuniteit gaat ervan uit
    dat mensen zich op gelijke afstanden van elkaar bevinden en gelijkelijk contact met elkaar
    hebben. Met andere woorden, ‘er zitten geen muren, barrières, auto’s of ramen tussen’, zegt
    viroloog Julian Tang van de Universiteit van Leicester in Engeland. In werkelijkheid leven
    mensen natuurlijk in allerlei omgevingen, reizen ze en hebben ze in verschillende mate contact
    met elkaar.
     
    Verder variëren schattingen van R0 en verandert het getal in de loop der tijd. Ons gedrag kan
    het getal ook beïnvloeden. Lockdownssocial distancing en andere maatregelen om infecties te
    voorkomen, zullen de R0 in veel gebieden bijvoorbeeld hebben verlaagd.
     
    Deze manier van redeneren bracht wiskundige Gabriela Gomes van de Universiteit van
    Strathclyde in Schotland en collega’s ertoe om de drempel voor groepsimmuniteit opnieuw te
    berekenen. Het team ontwikkelde een wiskundig model gebaseerd op de eenvoudige
    groepsimmuniteitsberekening, maar probeerde daarbij rekening te houden met verschillen
    tussen individuen.
     
    In theorie neemt die variatie de verschillen in ontvankelijkheid voor het virus mee, alsmede de
    kans dat mensen ermee in contact komen. Hoe meer variatie daar in zit, des te lager de
    drempel voor groepsimmuniteit, zegt Gomes. Volgens de berekeningen van haar team hoeft
    maar 10 tot 20 procent van een populatie immuun te zijn voor het virus om groepsimmuniteit te
    bereiken.
     
    Volgens die schatting hebben sommige plekken al groepsimmuniteit bereikt. Meer dan 10
    procent van de bevolking van Madrid zou bijvoorbeeld al een vorm van immuniteit voor het virus
    hebben. ‘In Europa zitten de meeste landen volgens mij dicht bij dat punt’, zegt Gomes. Dat
    suggereert dat de epidemie momenteel zijn piek doormaakt op plekken als Madrid.
     
    Epidemioloog Samir Bhatt van Imperial College London is het er niet mee eens. ‘Ik geloof niet
    dat we ook maar in de buurt zijn van groepsimmuniteit’, zegt hij.
     
    Bhatt wijst op gebieden met extreem grote uitbraken, zoals Bergamo in Italië, waar 57 procent
    van de mensen die tussen april en juni getest zijn antilichamen tegen het virus had. ‘Als 10
    procent genoeg zou zijn, hoe kon het percentage daar dan zo hoog worden?’, vraagt Bhatt zich
    af.
     
    Een probleem is dat schattingen voor de drempel voor groepsimmuniteit zo ver uit elkaar lopen,
    van 10 tot 70 procent. ‘Het is onmogelijk om daadwerkelijk groepsimmuniteit uit te rekenen’,
    zegt Bhatt. ‘Er is geen simpel antwoord’, zegt ook biotechnoloog Luis Barreiro van de Universiteit
    van Chicago in de Verenigde Staten.
     
    Gezien de onzekerheid vinden de meeste wetenschappers het onethisch om te wachten tot
    genoeg mensen geïnfecteerd zijn met het virus om groepsimmuniteit te bereiken. Schattingen
    van landen die het zwaar te verduren hebben gehad zoals Frankrijk, Spanje en Brazilië
    suggereren dat maar 5 tot 10 procent van de bevolking het virus heeft gehad, waardoor de
    overgrote meerderheid nog kwetsbaar is. ‘Het aantal mensen dat zou sterven aan het virus zou
    astronomisch zijn’, zegt Barreiro.
     
    In theorie kan een vaccin een veiligere route bieden naar groepsimmuniteit. Maar er zijn nog
    veel vragen over hoe effectief zo’n vaccin zal zijn. We weten bijvoorbeeld nog steeds niet hoe
    lang iemands immuunrespons aanhoudt – of die nu is ontstaan door een virusinfectie of door
    een vaccin. En als een vaccin bijvoorbeeld iemands infectierisico maar met 50 procent
    verlaagt, ‘wordt de drempel voor groepsimmuniteit veel hoger, en wordt het in feite onmogelijk
    om groepsimmuniteit te bereiken’, zegt Barreiro.
     
    Zelfs als een vaccin een goede bescherming biedt, werkt het misschien niet voor iedereen.
    Sommige vaccins beschermen bijvoorbeeld wel jonge mensen, maar niet ouderen die niet zo
    sterke immuunrespons meer kunnen opbrengen.
     
    De publieke perceptie van een vaccin is ook van belang. Een recente Gallup-enquête suggereert
    dat 35 procent van de inwoners van de VS een vaccin tegen het virus zou weigeren. Uit een
    enquête in het Verenigd Koninkrijk bleek dat 16 procent van de Britten een vaccin ‘waarschijnlijk
    niet’ of ‘zeker niet’ zou halen. ‘Als 20 tot 30 procent van de bevolking een vaccin weigert,
    bereiken we waarschijnlijk nooit groepsimmuniteit’, zegt Barreiro.
     
    Het volledige artikel: NewScientist - Jessica Hamzelou 25 augustus 2020
     
 
     
     
 

 

Nieuwe studies bieden hoop: ook zonder besmetting heb je mogelijk

    weerstand tegen corona
    Trouw - Marco Visser 22 augustus 2020
     
    Onderzoek naar de rol van zogeheten T-cellen biedt hoop dat mensen in hun
    immuunsysteem meer wapens hebben om het coronavirus te verslaan dan
    gedacht.
     
    Bij sommige mensen lijkt het immuunsysteem het coronavirus te herkennen als gevaarlijke
    indringer, zonder dat deze personen ooit eerder zijn besmet met het virus. Diverse studies die
    de afgelopen weken verschenen, laten dat zien en leiden tot opwinding bij immunologen. Als de
    eerste bevindingen blijken te kloppen, hebben mensen een extra wapen tegen Covid-19. 
     
    Het coronavirus dat eind vorig jaar in China opdook werd aanvankelijk het ‘nieuwe coronavirus’
    genoemd. Eigenlijk klopt dat niet. Het virus was al lang onder ons, alleen niet in mensen. Het
    is dus geen gif uit een ander sterrenstelsel dat ineens opduikt en waarvoor alle aardse wetten
    niet gelden. Reacties in het lichaam die optreden bij andere virussen, kunnen wetenschappers
    op het spoor zetten om meer te leren over Sars-Cov-2. 
     
    Precies dat gebeurde toen immunologen keken naar de respons van zogeheten T- en B-cellen
    in het afweersysteem. In bloedmonsters van Nederlanders, Amerikanen, Duitsers, Engelsen en
    Singaporezen zagen zij afweerreacties terwijl de personen van wie het bloed afkomstig was,
    nooit waren geïnfecteerd.
     
    De T-cellen zijn samen met de B-cellen het geheugen en de opruimingsdienst van het
    immuunsysteem. Is een klus eenmaal geklaard, dan wordt dat keurig in het geheugen
    opgeslagen zodat zij bij een hernieuwde infectie met het virus direct de juiste
    bestrijdingsmiddelen kunnen inzetten. Maar komt er een geheel nieuw virus binnen, dan moet
    het immuunsysteem helemaal bij het begin opstarten. Dat duurt een aantal dagen. Met alle
    gevolgen van dien voor de zieke patiënt.
     
    Bekend was al dat er soms kruisreacties kunnen optreden. Zo heet het effect als het geheugen
    van de B- en T-cellen de nieuwe indringer nog nooit hebben gezien, maar toch menen te
    herkennen aan de hand van eerder onschadelijk gemaakte virussen. Dat die kruisreacties ook
    lijken op te treden bij Sars-Cov-2, was nog niet bekend. Vandaar het enthousiasme toen
    wetenschappers in diverse internationale wetenschappelijke tijdschriften dit effect beschreven.
     
    In Nederland doet immunologe Mirjam Heemskerk aan het Leids Universitair Medisch Centrum
    onderzoek naar onder meer T-cellen. Ook zij zag in een kleine proef hoe kruisreacties
    optraden. “Wij zagen dat immuunsysteem reageerde op Sars-Cov-2 in bloedmonsters uit 2018,
    de tijd dus voor Covid-19. Wij hebben de monsters van vijf individuen bekeken en bij één
    monster zagen we een T-cel-respons. Het was weliswaar een andere respons dan bloedmonsters
    van zieke patiënten lieten zien, maar er was wel degelijk een reactie. Het is dus niet zo dat we
    helemaal geen immuniteit hebben tegen dit virus. Waarschijnlijk hebben we dat wel door
    eerdere coronavirussen die we hebben gehad.”
     
    Onderzoekers gaan ervan uit dat ongeveer 20 tot 50 procent van de mensen T- en B-cellen
    heeft die het nieuwe coronavirus kunnen herkennen. Dat zou direct verklaren waarom zoveel
    mensen geen klachten krijgen terwijl ze toch positief zijn getest. Het Amerikaanse RIVM, het
    CDC, schat dat 40 procent van de geïnfecteerden asymptomatische klachten heeft. Dat wil
    zeggen: milde of geen klachten. In de sloppenwijken van India ligt dat percentage waarschijnlijk
    nog hoger. Daar lijkt het virus nauwelijks greep te krijgen op de bevolking.
     
    “De B- en T-cellen kunnen daar deels een verklaring voor zijn”, zegt Heemskerk. “Wat ook
    meespeelt is dat het immuunsysteem van mensen in sloppenwijken alerter is. Zij komen veel
    meer in aanraking met pathogenen als virussen en bacteriën, waardoor het virus al wordt
    opgeruimd voordat de B- en T-cellen aan de slag gaan. Hierdoor is het percentage van mensen
    met asymptomatische klachten in de sloppenwijken van India mogelijk hoger dan in Europa of
    de Verenigde Staten.”
     
    Heemskerk is niet zo somber als sommige virologen die met afgrijzen zien hoe antilichamen
    tegen Covid uit het bloed verdwijnen. “Antilichamen verdwijnen omdat ze niet meer nodig zijn
    als het virus er niet is. Maar je hebt je geheugencellen die ervoor zorgen dat de antistoffen
    direct weer aangemaakt worden als dat nodig is. Het hele vaccinatiebeleid is op dat principe
    gebaseerd.”
     
    Door de kruisreactiviteit van het immuunsysteem ziet de toekomst er volgens Heemskerk beter
    uit dan soms wordt geschetst. “Er is namelijk een percentage van de mensen dat via T- en B-
    cellen waarschijnlijk minder ziek wordt.” Toch is er nog veel meer onderzoek nodig om dit te
    bevestigen, zegt ze.
     
    Dat zegt ook Eric Snijder, viroloog in het Leids Universitair Medisch Centrum. Hij vindt het nog
    veel te vroeg voor conclusies. “De responsen van T-cellen bij mensen zijn zwaar
    onderbestudeerd,” zegt hij. Wel acht hij het waarschijnlijk dat kruisreacties bij T- en B-cellen
    optreden als virussen sterk op elkaar lijken. “Zowel Sars-Cov-1 als Sars-Cov-2 zijn beta-
    coronavirussen”, zegt hij. “Twee gangbare verkoudheidsvirussen behoren ook tot de beta-
    coronavirussen. Zij staan dus genetisch relatief dicht bij Sars-Cov-2. Die twee zouden in mijn
    ogen een interessante bron kunnen zijn voor een studie. Het is allemaal nog erg speculatief,
    maar het begint wel te borrelen. Toch moeten we niet vergeten dat er heel veel factoren zijn die
    het verloop van een infectie bepalen. Van virologische, immunologische kant en genetische
    kant.”
     
    Het volledige artikel: Trouw - Marco Visser 22 augustus 2020
     
 
     
     
 

 

Hoe zit dat nu met immuniteit na een coronabesmetting? "Studie wijst erop dat

    je zeer waarschijnlijk beschermd bent"
    VRT NWS - Joris Truyts 18 augustus 2020
     
    Kan je een tweede keer besmet raken met het coronavirus? Of levert een
    besmetting minstens een tijdlang immuniteit op? Het is een vraag waar al
    maandenlang over gedebatteerd wordt. Een nieuwe studie wijst erop dat een
    eerdere coronabesmetting wel degelijk beschermt tegen een nieuwe infectie.
    Viroloog Johan Neyts is voorzichtig optimistisch. "Dit is vooral belangrijk omdat
    het aangeeft dat een vaccin allicht zal werken."
     
    Het onderzoek waarvan sprake is een studie van de universiteit van Washington, in de VS, die
    eerder toevallig tot stand kwam. Ze onderzochten een corona-uitbraak op een visserschip. De
    122 bemanningsleden waren voor het uitvaren getest en iedereen testte negatief. Toch moest
    het schip, dat in mei was vertrokken, al na 18 dagen terugkeren omdat er COVID-19 was
    uitgebroken. Maar liefst 103 bemanningsleden (86 procent) bleken besmet.
     
    Er was dus toch zeker één besmette persoon door de mazen van het net geglipt, met grote
    gevolgen. Maar wat bleek ook? Drie bemanningsleden bij wie op voorhand antistoffen waren
    waargenomen, testten negatief. Zij hadden dus eerder al een besmetting doorgemaakt en ze
    waren niet opnieuw besmet geraakt.
     
    "Het is een kleine studie, maar het geeft een goede evidentie dat een initiële besmetting
    beschermt tegen een nieuwe infectie", reageert viroloog Johan Neyts (KU Leuven) in "De wereld
    vandaag" op Radio 1. "Het wijst erop dat als men al besmet is geweest met coronavirus en
    men een tijdje later opnieuw in contact komt met het virus, men zeer waarschijnlijk beschermd is
    tegen de infectie."
     
    Maar er zijn toch al verschillende berichten geweest over mensen die een tweede keer besmet
    waren geraakt? Dat klopt, maar het gaat tot nog toe over anekdotische verhalen waar mogelijk
    andere verklaringen voor waren. "Nu en dan is daar inderdaad wat berichtgeving over, maar er
    zijn geen goede studies die aantonen dat iemand al twee keer besmet is geweest", aldus Neyts.
     
    Immuniteit na een coronabesmetting werd ook in vraag gesteld omdat uit onderzoek -ook in
    ons land- is gebleken dat de antistoffen in het bloed snel afnemen. Die antistoffen zijn stoffen
    die het afweersysteem van ons lichaam aanmaakt om indringers aan te vallen, zoals het
    coronavirus. Soms blijven ze in het lichaam en maken ze ons immuun. Dat wil zeggen dat we
    niet meer door dezelfde indringer ziek gemaakt kunnen worden.
     
    Dat ze in dit geval al na enkele maanden lijken te verdwijnen, werd gezien als slecht nieuws
    voor de immuniteit. Maar ons immuunsysteem zit complex in elkaar en wetenschappers
    vermoeden dat ook zogenoemde T- en B-geheugencellen een belangrijke rol spelen. Zij zouden
    snel in actie komen bij een nieuw contact met het virus. Maar hoe dat precies werkt en hoelang
    de immuniteit duurt, blijven open vragen.
     
    Het volledige artikel en het radio-interview met viroloog Johan Neyts: VRT NWS - Joris Truyts 18 augustus 2020
     
 
     
     
 

 

Ons immuunsysteem gefopt en aan de bak tegen covid19 met nep-spikes

    Scientias - Monique Siemsen 26 juli 2020
     
    Wereldwijd wordt met man en macht aan een coronavaccin gewerkt. Men werkt daarbij met RNA,
    mRNA en nu ook: nagemaakte spikes van de corona-partikel. Zal dit de doorbraak zijn, die we
    zo hard nodig hebben?
     
    Wetenschappers van het Laboratorium voor Virologie van Wageningen University Research
    hopen het van harte. Het onderzoek is een Europees initiatief van de farmaceutische industrie
    en de universiteiten in Kopenhagen en Tübingen, die de hulp inriepen van Wageningen, maar
    ook van het Leids Universitair Medisch Centrum. Daar heeft men de knowhow in huis om met
    het infectieuze coronavirus te werken. Met als gevolg een aanpak, die anders blijkt dan
    anderen: de wetenschappers werken aan de fabricatie van de inmiddels zo bekende spikes, die
    op de corona-partikel prijken.
     
    De bedoeling is dat ons immuunsysteem alarm slaat en antistoffen gaat aanmaken tegen het
    coronavirus, zonder dat dit virus zelf verwerkt hoeft te worden in een vaccin. Het
    immuunsysteem hoeft slechts de spikes te herkennen van de infectieuze boosdoener, zonder
    daar daadwerkelijk mee te maken te krijgen. Als het immuunsysteem antistoffen aanmaakt
    tegen de nep-spikes, zullen deze antistoffen aan het werk gaan, als zij de echte spikes van
    het schadelijke virus ontwaren en is er dus immuniteit.
     
    De spikes-eiwitten worden gemaakt van insectencellen, een methode die bij de WUR ook
    gebruikt wordt in het maken van vaccins tegen bijvoorbeeld het zikavirus. Volgens viroloog dr. ir.
    Gorben Pijlman van de Universiteit Wageningen, zitten daar duidelijke voordelen aan. “Met
    insectencellen kunnen snel en veilig grote hoeveelheden eiwitten worden aangemaakt. In
    Wageningen gebruiken we cellen uit de nachtvlinder Spodoptera frugiperda. Daarin wordt de
    DNA-code geïntroduceerd van de spikes, die op de buitenkant van het coronavirus zitten.”
     
    De methode zal zich prima lenen voor fabricage op grote schaal, wat natuurlijk belangrijk is als
    het gaat om een vaccin, dat in grote hoeveelheden gemaakt moet kunnen worden. “In ons lab
    hebben we bioreactoren van één tot vijftien liter. Die zijn voldoende groot om snel testeiwitten
    te maken voor dierproeven. Als blijkt dat de methode van ons consortium succesvol is en je
    het daadwerkelijk als vaccin op de markt wilt gaan brengen, wordt opgeschaald naar grotere
    bioreactoren. In de industrie werken ze bij dit soort kweekprocessen bijvoorbeeld met reactoren
    die tot wel tweeduizend liter groot zijn,” aldus Pijlman.
     
    Het kan nog wel anderhalf jaar duren voordat een hierop gebaseerd vaccin, ingezet kan worden.
    Mogelijk zijn er al eerder andere vaccins beschikbaar. Dat is geen zorg voor Pijlman. “We zien
    dit niet als een wedstrijd. Er is grote saamhorigheid en openheid onder onderzoekers. Het is
    alleen maar goed dat er verschillende methodes zijn, waarmee nu een vaccin wordt ontwikkeld.
    Daarnaast leveren alle strategieën uiteindelijk wellicht een gecombineerde aanpak op.
    Bijvoorbeeld een combinatie van twee vaccins die een verschillend werkingsmechanisme hebben,
    en elkaar zo versterken.”
     
    Overigens is het niet zo dat het werk met de nep-spikes tot de ontwikkeling van alleen een
    vaccin hoeft te leiden. Het onderzoek is ook geschikt voor andere toepassingen, zoals het
    ontwikkelen van tests. Er kan mee in kaart worden gebracht of mensen al immuun zijn. Als
    iemand namelijk al antistoffen van het virus heeft aangemaakt, zullen deze antistoffen ook
    reageren op de nep-spikes. Op basis van die feiten, kunnen er dus heel goed corona-tests
    ontwikkeld worden met dit onderzoek.
     
    De vraag is nu wanneer het vaccin gereed zou zijn en ingezet kan worden. Pijlman meent dat
    het project goed op schema ligt. “Binnen ons consortium zijn al de eerste succesvolle
    dierproeven gedaan met een kandidaat-vaccin, dat is gebaseerd op het RBD oftewel receptor-
    bindend domein van de spikes. Dit is het belangrijkste onderdeel van de spikes en kan
    mogelijk op zichzelf al voldoende herkend worden door het immuunsysteem. De spikes die in
    Wageningen en bij andere partners worden ontwikkeld, zijn groter en completer en dus nog
    beter herkenbaar dan het RBD, maar zijn ook wat lastiger om te produceren. We verwachten dat
    onze spikes na de zomer ook getest zullen worden. Vervolgens is het afwachten of het RBD-
    vaccin goede resultaten geeft bij klinische testen. Als dat niet zo is, kunnen we, mits de
    dierproeven succesvol zijn, terugvallen op de completere spikes van ons of van collega-
    onderzoekers.”
     
    Waar we de spikes van het virus-partikel gedurende lange tijd niet konden luchten of zien,
    kijken we nu dan reikhalzend uit naar het succes van de kunstmatige versies. En naar de
    vaccins en testen die ermee gemaakt kunnen worden.
     
    Het volledige artikel: Scientias - Monique Siemsen 26 juli 2020
     
 
     
     
 

 

Afweer tegen corona verdwijnt snel uit het bloed

    NRC Handelsblad - Sander Voormolen 13/14 juli 2020
     
    Afweerstoffen tegen het nieuwe coronavirus verdwijnen al na paar maanden uit het bloed. Dat
    roept vragen op over de haalbaarheid van groepsimmuniteit en de werking van vaccins.
     
    De afweer tegen het nieuwe coronavirus slijt snel. De antistoffen die mensen aanmaken als zij
    met het SARS-CoV-2 geïnfecteerd raken, zijn soms al binnen enkele maanden uit hun bloed
    verdwenen, waardoor de patiënten mogelijk opnieuw vatbaar zijn voor Covid-19. Dat blijkt
    uit een Brits onderzoek uitgevoerd onder 65 Covid-19-patiënten in het Londense ziekenhuis,
    Guy’s en St. Thomas’ Hospital. Het manuscript waarin de resultaten worden beschreven, kwam
    dit weekend online, maar is nog niet in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd. Het is voor
    het eerst dat de ontwikkeling van de immuniteit in Covid-19-patiënten gedurende langere tijd is
    bestudeerd.
     
    Bij zestig procent van deelnemers kwam een sterke antistoffenreactie op gang die een piek had
    in de drie tot vier weken na de eerste ziekteverschijnselen. Maar twee maanden later had nog
    maar zestien procent van de patiënten veel antistoffen in het bloed. Bij sommige mensen was
    de concentratie wel twintig keer minder geworden. De onderzoekers willen de groep nog langer
    volgen om te zien of de daling nog verder doorzet. De vraag is nog of deze herstelde patiënten
    door die snel afnemende afweer opnieuw Covid-19 kunnen krijgen. Daarvoor zijn vooralsnog
    geen aanwijzingen, maar het is iets om rekening mee te houden.
     
    De uitkomst van het onderzoek laat in ieder geval wel de hoop vervliegen op groepsimmuniteit
    als bescherming tegen de epidemie. Groepsimmuniteit wordt volgens deskundigen bereikt als
    tweederde van de bevolking afweer tegen het virus heeft; dan zijn er zoveel mensen die niet
    meer vatbaar zijn voor het virus dat een epidemie vanzelf zal uitdoven. Maar als mensen snel
    hun weerstand weer verliezen, is het opbouwen van groepsimmuniteit tegen SARS-CoV-2
    onhaalbaar.
     
    Het volledige artikel: NRC Handelsblad - Sander Voormolen 13/14 juli 2020
     
 
     
     
 

 

'Sommige coronapatiëenten raken immuniteit mogelijk al binnen enkele maanden kwijt'

    Scientias - Caroline Kraaijvanger 13 juli 2020
     
    De antistoffen die ze tijdens de infectie aanmaken, houden slechts kort stand.
     
    Een nieuw onderzoek, uitgevoerd onder tientallen coronapatiënten, lijkt dat nu te bevestigen.
    Het toont aan dat de antistoffen die mensen nadat ze door SARS-CoV-2 geïnfecteerd zijn,
    aanmaken al vrij snel weer afnemen. Dat schrijven Britse onderzoekers in hun paper, dat nog
    collegiale toetsing (peer review) moet ondergaan.
     
    Het onderzoek wijst verder uit dat het aantal antistoffen dat mensen aanmaken, nauw
    samenhangt met de ernst van de infectie. Bij mensen die ernstig ziek worden door toedoen van
    het virus, ligt de antistofconcentratie hoger. Bovendien duurt het langer voor die concentratie
    weer op het niveau van voor de infectie is.
     
    Met het nieuwe onderzoek stapelt het bewijs dat mensen na infectie slechts kortdurend immuun
    zijn voor SARS-CoV-2 zich op. Wel moet daarbij worden opgemerkt dat in het onderzoek slechts
    gekeken is naar één manier waarop ons lichaam met SARS-CoV-2 kan afrekenen, namelijk
    antistoffen. Er zijn echter nog andere manieren waarop ons lichaam het virus te lijf kan gaan, zo
    kan het ook T-cellen inzetten en onderzoekers van het Erasmus MC stelden eerder al dat het
    activeren van deze cellen minstens zo belangrijk is als de aanmaak van antistoffen. Bovendien
    kunnen de T-cellen een cruciale rol spelen in de immuniteit op lange termijn.
     
    Wat ook onduidelijk blijft, is wat de afname van antistoffen nu precies betekent voor een
    eventuele tweede infectie. Het is namelijk niet heel ongebruikelijk dat de concentratie
    antistoffen – en ook de concentratie T-cellen – na een infectie uiteindelijk weer afneemt. Maar
    daarmee ben je niet automatisch terug bij af. Want die concentraties antistoffen en T-cellen
    kunnen bij een tweede infectie vervolgens wel veel sneller toenemen, waardoor de infectie de
    tweede keer toch anders – milder – verloopt. Of dat ook bij SARS-CoV-2 het geval is, weten we
    niet. Mocht het zo zijn, dan zou dat voorzichtig goed nieuws zijn voor mensen die het virus al
    hebben gehad. Maar het betekent tegelijkertijd dat zij niet echt immuun zijn voor het virus en
    het tijdens een tweede infectie – zelfs als die milder verloopt – wel (opnieuw) kunnen
    verspreiden.
     
    Het volledige artikel: Scientias - Caroline Kraaijvanger 13 juli
     
 
     
     
 

 

Zo weten we wanneer er een vaccin tegen COVID-19 is

    National Geographics - Roxanne Khamsi 3 juli 2020
     
    Gezondheidsautoriteiten hebben precies vastgesteld hoe efficiënt en veilig een vaccin tegen
    COVID-19 moet zijn, maar het is soms een uitdaging om dat aan het brede publiek uit te
    leggen.
     
    Nu de hele wereld in gevecht is met COVID-19 en er aan meer dan 140 verschillende
    vaccins wordt gewerkt om de wereldbevolking tegen de ziekte te beschermen, doemt de vraag
    op: wanneer weten we dat een vaccin efficiënt en veilig genoeg is om het als inentingsmethode
    aan de bevolking aan te raden?
     
    Hoewel het normaliter jaren duurt voordat er een vaccin tegen een nieuwe ziekteverwekker is
    gevonden en getest, worden de vaccins voor deze pandemie in een nooit eerder vertoond
    tempo ontwikkeld. Tenminste één veelbelovende kandidaat, van het biotech-bedrijf Moderna,
    zal deze maand al aan Fase 3-tests worden onderworpen. In mei lanceerde de Amerikaanse
    regering Operation Warp Speed, waarbij miljarden dollars worden ingezet om het ontwikkelen
    en testen van mogelijke vaccins vele malen sneller te doen verlopen.
     
    De grootste uitdaging die wetenschappers en beleidsmakers de komende maanden wacht, is
    het vaststellen van precieze doelstellingen voor een COVID-19-vaccin dat goed genoeg is om op
    grote schaal te worden ingezet. Daarbij moeten ze ervoor zorgen dat zo’n vaccin aan de juiste
    veiligheidstests is onderworpen – anders lopen ze het risico op een herhaling van de fouten die
    in 1976 werden gemaakt en raken ze het vertrouwen van de bevolking kwijt.
     
    In het geval van een COVID-19-vaccin zou de ideale kandidaat tenminste zeventig procent van
    de bevolking, waaronder oudere mensen, immuun tegen de ziekte moeten maken. Deze
    doelstelling werd in april vastgelegd door de WHO. Op 28 juni verklaarde Anthony Fauci,
    directeur van het National Institute of Allergy and Infectious Diseases in Maryland, dat hij
    eveneens zou inzetten op een vaccin met een beschermingsgraad van 70 tot 75 procent.
     
    De WHO daarentegen zegt dat een COVID-19-vaccin goedgekeurd zou kunnen worden dat
    slechts vijftig procent van de ingeënte mensen bescherming biedt. Deze week weerspiegelde de
    Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) deze richtlijn in een rapport waarin dezelfde
    minimumvereiste werd geformuleerd. Maar sommige onderzoekers zijn het daar niet mee eens:
    “Vijftig procent zou vreselijk zijn,” zegt Byram Bridle, viraal immunoloog aan het Ontario
    Veterinary College van de University of Guelph in Canada. “Om de pandemie tot staan te
    brengen, moeten we groepsimmuniteit zien te bereiken,” zegt hij. Een vaccin dat in slechts
    vijftig procent van de gevallen werkzaam is, is niet goed genoeg om die doelstelling te halen.
     
    In de Fase 1-tests voor het Moderna-vaccin tegen COVID-19 werd bij 4 van de 45 proefpersonen
    die met het nieuwe vaccin waren ingeënt, medisch significante bijwerkingen geconstateerd; één
    man kreeg hoge koorts en viel flauw. Maar de onderzoekers wisten al dat mRNA-vaccins het
    afweersysteem soms te veel kunnen aanzwengelen, en drie van de vier personen met
    bijwerkingen hadden tijdens de test de hoogste doses ontvangen. Die hoge doses worden niet
    langer toegediend.
     
    Het oorspronkelijke artikel is op 30 juni 2020 in het Engels verschenen op
    National Geographic.com Dit artikel is geactualiseerd om de nieuwe richtlijnen van Amerikaanse
    Food and Drug Administration (FDA) te weerspiegelen. 
     
    Het volledige artikel: National Geographics - Roxanne Khamsi 3 juli 2020
     
 
     
     
 

 

Immuniteit voor corona ligt mogelijk veel hoger dan tests ons willen

    doen geloven
    Scientias - Vivian Lammerse 2 juli 2020
     
    Ook mensen die geen, of milde symptomen vertonen maken op het virus reagerende T-cellen
    aan, zelfs als ze negatief zijn getest op antilichamen.
     
    Vanaf 1 juni kan iedereen met klachten die passen bij het nieuwe coronavirus zich laten testen.
    Ook kun je door te testen achterhalen of je besmet bent geweest. In dat geval wordt er
    gekeken of er antilichamen (of antistoffen) tegen het nieuwe coronavirus in je bloed zitten.
    Nieuw onderzoek suggereert echter dat we verder moeten kijken dan deze antilichamen. Want
    veel mensen die geen, of milde symptomen vertonen maken op het virus reagerende T-cellen
    aan, zelfs als ze negatief zijn getest op antilichamen.
     
    “T-cellen zijn een type witte bloedcellen die gespecialiseerd zijn in het herkennen van met virus
    geïnfecteerde cellen,” legt onderzoeker Marcus Buggert uit. “Deze vormen een essentieel
    onderdeel van het immuunsysteem.” T-cellen zijn dus afweercellen en ruimen de infectie als het
    ware op. “Dankzij geavanceerde analyses hebben we nu de T-celrespons tijdens en na een
    COVID-19-infectie in detail in kaart kunnen brengen,” gaat Buggert verder. “Onze resultaten
    geven aan dat ongeveer tweemaal zoveel mensen T-celimmuniteit hebben ontwikkeld in
    vergelijking met degenen bij wie we antilichamen hebben gevonden.”
     
    In de nieuwe studie bestudeerden de onderzoekers 200 mensen. Velen hadden milde, of geen
    COVID-19-symptomen. Het onderzoek omvatte onder andere patiënten die in het Zweedse
    Karolinska Universitair Ziekenhuis hadden gelegen en hun blootgestelde, asymptomatische
    familieleden. Ook gezonde bloeddonors die in de afgelopen periode bloed hadden gegeven
    werden als controlegroep in de studie meegenomen. Vervolgens werden alle patiënten en hun
    familieleden gevolgd en getest.
     
    Uit de studie rolde een verrassende bevinding. “Interessant is dat niet alleen personen die
    COVID-19 hebben gehad tegen het virus reagerende T-cellen hadden aangemaakt, maar ook
    veel van hun blootgestelde, asymptomatische familieleden,” licht onderzoeker Soo Aleman toe.
    “Bovendien had ongeveer 30 procent van de bloeddonors die in mei 2020 bloed hadden
    gegeven, COVID-19-specifieke T-cellen. Dit percentage ligt veel hoger dan eerdere tests op
    antilichamen hebben aangetoond.”
     
    En dat is veelbelovend. We wisten namelijk wel dat COVID-19-patiënten met ernstige
    ziektesymptomen vaak een sterke T-celrespons en antilichaamrespons ontwikkelen. Maar het
    was niet altijd mogelijk om antilichamen te detecteren bij mensen die mildere symptomen
    hadden ervaren. Ondanks dat deze laatste groep negatief testte op antilichamen, vertonen
    velen waarschijnlijk wel een duidelijke T-celrespons, zo blijkt uit de studie.
     
    Deze bevindingen betekenen volgens de onderzoekers dat immuniteit voor corona mogelijk
    veel hoger ligt. “Onze resultaten geven aan dat mogelijk veel meer mensen immuun zijn voor
    COVID-19 dan tests op antilichamen ons hebben doen geloven,” zegt onderzoeker Hans-Gustaf
    Ljunggren. “Als dit daadwerkelijk het geval is, is dat natuurlijk goed nieuws vanuit het oogpunt
    van de volksgezondheid.”
     
    De studie suggereert dat T-cellen belangrijke afweercellen in de strijd tegen het coronavirus zijn
    en dat we deze goed in de gaten moeten houden. “Er moeten grotere en langere studies
    uitgevoerd worden naar zowel T-cellen als antilichamen om te begrijpen hoe langdurig de
    immuniteit is en hoe deze verschillende componenten van COVID-19-immuniteit met elkaar
    verband houden,” concludeert Buggert. T-celanalyses zijn echter wat ingewikkelder uit te voeren
    dan tests op antilichamen. Daarom worden deze momenteel alleen nog uitgevoerd in
    gespecialiseerde laboratoria.
     
    Het is niet voor het eerst dat de belangrijke aard van T-cellen wordt aangestipt. Ook in de
    zoektocht naar het ultieme coronavaccin nemen wetenschappers T-cellen in overweging. Zo
    moet een coronavaccin niet alleen zorgen voor de aanmaak van antistoffen, maar ook T-cellen
    activeren. “De meeste vaccins richten zich op slechts één viraal eiwit en de productie van
    antistoffen,” vertelde Erasmus MC viroloog Rory de Vries eerder. “Maar onze studies laten zien
    dat meerdere eiwitten leiden tot een activatie van de T-cellen. Vaccins met meerdere eiwitten
    die de T-cellen activeren zouden wel eens effectiever kunnen zijn. Mogelijk zijn deze T-cellen
    cruciaal bij immuniteit op de lange termijn.”
     
    Het volledige artikel: Scientias - Vivian Lammerse 2 juli 2020
     
 
     
     
 

 

Het ultieme coronavaccin moet meer doen dan alleen antistoffen

    genereren
    Scientias - Vivian Lammerse 30 juni 2020
     
    Nieuw onderzoek onthult dat het vaccin voor een optimaal resultaat ook de T-cellen moet
    activeren.
     
    Overal in de wereld wordt er op dit moment hard gewerkt aan vaccins tegen het coronavirus.
    Hoewel de ontwikkeling van een vaccin tegen een infectieziekte normaal gesproken zo’n vijf tot
    tien jaar in beslag neemt, worden momenteel alle zeilen bijgezet om zo snel mogelijk een
    coronavaccin op de markt te brengen. Op dit moment zijn er meer dan honderd vaccins tegen
    SARS-Cov-2 in ontwikkeling. Enkele daarvan zijn zover ontwikkeld dat ze getest kunnen worden
    bij mensen. Welk vaccin uiteindelijk hét ultieme coronavaccin gaat worden? Een vaccin dat zorgt
    voor de aanmaak van antistoffen én T-cellen activeert, zo schrijven onderzoekers van het
    Erasmus MC.
     
    Het betekent dat wetenschappers niet alleen moeten kijken welke vaccinatie de beste
    antistoffen oplevert, maar ook naar welke T-cellen worden geactiveerd. De T-cel is onderdeel
    van de specifieke cellulaire afweer en ruimt de infectie als het ware op. “Het activeren van deze
    cellen blijkt minstens zo belangrijk te zijn als de aanmaak van antistoffen,” zegt Erasmus MC
    Viroloog Rory de Vries. Als het virus ondanks die antistoffen namelijk toch een infectie
    veroorzaakt, zijn de T-cellen ook in staat om het virus aan te vallen.
     
    In de studie volgden de onderzoekers tien COVID-19-patiënten met de ernstigste
    ziektesymptomen. Alle tien waren ze opgenomen in het Erasmus Universitair Medisch Centrum
    en lagen aan de beademing. Twee van de patiënten stierven uiteindelijk aan de ziekte. Wat
    het onderzoek laat zien is dat zelfs de ziekste COVID-19-patiënten T-cellen produceren die het
    virus helpen bestrijden. Een grondige analyse van de immuunreacties toont namelijk aan dat
    alle tien patiënten T-cellen produceerden die het virus aanvielen. Deze T-cellen werkten samen
    met antilichamen om het virus te vernietigen en de infectie te stoppen.
     
    De bevindingen komen overeen met een recente Amerikaanse celstudie die aantoonde dat
    mensen met matige COVID-19-symptomen eveneens T-cellen produceerden. In beide
    onderzoeken richten deze T-cellen zich op het zogeheten ‘spike-eiwit’ te vinden aan de
    buitenzijde van het virus. Dit eiwit is van cruciaal belang voor SARS-CoV-2, omdat het het virus
    helpt om menselijke cellen binnen te dringen. Veel vaccins die momenteel in ontwikkeling zijn,
    zijn er dan ook op gericht om het immuunsysteem dit eiwit te laten herkennen en aan te vallen.
    De nieuwe studie biedt meer bewijs dat het spike-eiwit inderdaad een veelbelovend doelwit is.
    “Het is goed nieuws voor degenen die bezig zijn met een vaccin dat zich richt op deze spikes,”
    zegt onderzoeker Daniela Weiskopf.
     
    Volgens De Vries is het van belang dat lopende studies naar een coronavaccin ook kijken of
    vaccinatie leidt tot de activering van T-cellen. Dit gebeurt nu nog niet altijd. “De meeste vaccins
    richten zich op slechts één viraal eiwit en de productie van antistoffen,” zegt De Vries. “Maar
    onze studies laten zien dat meerdere eiwitten leiden tot een activatie van de T-cellen. Vaccins
    met meerdere eiwitten die de T-cellen activeren zouden wel eens effectiever kunnen zijn.
    Mogelijk zijn deze T-cellen cruciaal bij immuniteit op de lange termijn.”
     
    Het onderzoek laat ook zien dat zowel Nederlandse als Amerikaanse patiënten vergelijkbare
    reacties op het virus vertonen. “Dit is essentieel om te begrijpen hoe het immuunsysteem het
    virus bestrijdt,” legt onderzoeker Alessandro Sette uit. “Je wilt dat de ontwikkeling van vaccins
    worden gebaseerd op waarnemingen uit tamelijk diverse omgevingen om ervoor te zorgen dat
    de resultaten algemeen toepasbaar zijn. Om een wereldwijde pandemie echt te begrijpen, moet
    onze aanpak dus ook wereldwijd zijn. Het is daarbij belangrijk om immuunreacties te bestuderen
    bij mensen met verschillende genetische achtergronden die in verschillende omgevingen leven.”
     
    Hoewel we nog wel even geduld moeten hebben voordat het ultieme coronavaccin op de markt
    verschijnt, worden er grote stappen gezet. En dat is ook hard nodig. Ondertussen zijn er
    namelijk al wereldwijd meer dan een half miljoen mensen door toedoen van COVID-19
    overleden. Tevens is het aantal bevestigde besmettingen door de grens van 10 miljoen heen
    gebroken. Hiermee wordt pijnlijk duidelijk dat het virus nog altijd – en steeds sneller – om zich
    heen grijpt.
     
    Het volledige artikel: Scientias - Vivian Lammerse 30 juni 2020
     
 
     
     
 

 

Nieuw inzicht in afweer tegen corona

    Medical Facts - Alida Bunning-Hennink 29 juni 2020
     
    Onderzoek van het Erasmus MC laat zien dat er naast antistoffen tegen COVID-10 nog een
    belangrijke speler ingezet kan worden: de T-cel, die de infectie opruimt. Een vaccin dat zorgt
    voor de aanmaak van antistoffen én T-cellen activeert, zou wel eens het beste kunnen zijn. Dit
    schrijven onderzoekers van Erasmus MC vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Science
    Immunology.
     
    Het volledige artikel: Medical Facts - Alida Bunning-Hennink 29 juni 2020
     
 
     
     
 

 

Duur immuniteit na covid-19 mogelijk vaak kort

    Medisch Contact - Henk Maassen 26 juni 2020
     
    Twee nieuwe studies werpen licht op de duur van de immuniteit tegen covid-19 nadat iemand de
    ziekte heeft doorgemaakt. In een nog niet peerreviewed studie door Tao Liu e.a. (te vinden op
    medrxiv.or) vergeleken de onderzoekers 1470 covid-19-patiënten in het Chinese Wuhan, met
    ruim 3832 zorgverleners, 1616 patiënten die niet vanwege covid-19 opgenomen waren geweest
    en 19.555 overige personen.
     
    90 procent van de ex-covid-19-patiënten bleek IgG antilichamen te hebben tegen 1-5 procent
    in de overige groepen. Dat dus 10 procent geen detecteerbare antilichamen meer had wijst er
    volgens Liu e.a. op dat na een SARS-CoV-2-infectie heel wat ex-patiënten vrij snel niet meer
    beschermd zijn tegen een nieuwe infectie met het virus. Er was overigens ook meteen kritiek op
    de studie: het zou goed kunnen dat het bij die 10 procent om fout-negatieven zijn. De test die
    werd gebruikt had namelijk een sensitiviteit van 89 procent.
     
    In een tweede studie, verschenen in Nature Medicine, keken Quan-Xin Long e.a. naar de
    immuunrespons van 37 asymptomatische maar positief voor SARS-CoV-2 geteste personen en
    naar evenzoveel positief geteste individuen met ernstige symptomen. 40 procent van de eerste
    groep was in de vroege herstelfase van de ziekte alweer seronegatief, tegen bijna 13 procent in
    de tweede groep.
     
    Er doemen twee, voorlopige conclusies op: groepsimmuniteit is waarschijnlijk onbereikbaar langs
    natuurlijke weg en de wetenschap dat niet iedereen een even sterke immuunreactie ontwikkelt,
    heeft mogelijk ook gevolgen voor de effectiviteit van een vaccin.
     
    Het volledige artikel: Medisch Contact - Henk Maassen 26 juni 2020
     
 
     
     
 

 

Meer aanwijzigingen gevonden dat immuniteit voor Sars-CoV-2 maar

    kort aanhoudt
    Scientias - Caroline Kraaijvanger 19 juni 2020
     
    Met name onder asymptomatische coronapatiënten blijkt het aantal antistoffen tegen het virus
    in korte tijd sterk af te nemen.
     
    Dat stellen Chinese onderzoekers nadat ze 37 asymptomatische coronapatiënten gedurende
    langere tijd volgden en vergeleken met 37 coronapatiënten die wel symptomen vertoonden.
    Hun bevindingen zijn terug te lezen in het blad Nature Medicine.
     
    De onderzoekers richten zich in hun studie in principe op de tot op heden onderbelicht gebleven
    asymptomatische coronapatiënten. Terwijl de kranten en nieuwsuitzendingen voornamelijk
    aandacht besteden aan de coronapatiënten die ernstig ziek worden, in het ziekenhuis belanden
    of zelfs door toedoen van het virus komen te overlijden, weten we dat er ook veel mensen zijn
    bij wie de virusinfectie mild verloopt. En er zijn zelfs mensen die helemaal geen symptomen
    ontwikkelen en dus niet eens merken dat ze het virus hebben opgelopen.
     
    Omtrent die laatste groep zijn er nog een hoop vragen. Want kunnen deze mensen ondanks
    dat ze geen symptomen hebben, het virus toch net zo gemakkelijk als een symptomatische
    coronapatiënt op anderen overdragen? En hoe reageert hun immuunsysteem op het virus? En –
    in het verlengde daarvan – ontwikkelen deze mensen wel (een langer aanhoudende) immuniteit
    tegen SARS-CoV-2? De Chinese onderzoekers kunnen de vragen niet allemaal direct
    beantwoorden, maar geven in hun studie wel iets meer inzicht in wat er tijdens en na de
    virusinfectie in het lichaam van een asymptomatische coronapatiënt gebeurt. Zo suggereert het
    onderzoek dat het immuunsysteem van mensen die SARS-CoV-2 oplopen, maar geen
    symptomen ontwikkelen, minder sterk of efficiënter op het virus reageert. En niet lang na de
    infectie blijkt het aantal antistoffen bij de asymptomatische coronapatiënten al weer sterk af te
    nemen. En ook bij de symptomatische coronapatiënten – die in deze studie dienst deden als
    een soort controlegroep – blijkt overigens sprake te zijn van een (weliswaar iets minder scherpe)
    afname.
     
    De onderzoekers trekken hun conclusies op basis van een (kleinschalig) onderzoek. Ze
    verzamelden contacten van coronapatiënten die zelf ook positief waren getest en 14 dagen in
    isolatie moesten. Onder die contacten bevonden zich 37 mensen die in de 14 dagen voor hun
    positieve test en in de weken erna geen symptomen ontwikkelden. Deze patiënten werden
    vervolgens vergeleken met 37 patiënten die wel symptomen vertoonden. Zo werd er
    bijvoorbeeld gekeken in hoeverre beide groepen tijdens de infectie virusspecifieke antistoffen
    aanmaakten. En acht weken na de periode van isolatie werd nagegaan in hoeverre de patiënten
    nog neutraliserende antistoffen tegen het virus bezaten.
     
    Het onderzoek wijst uit dat de asymptomatische patiënten minder virusspecifieke antistoffen
    aanmaakten dan de symptomatische patiënten. Wat erop wijst dat hun immuunsysteem een
    zwakkere reactie vertoont op SARS-CoV-2. Dat is op zich niet zo heel verrassend, zo stelt
    immunoloog Eleanor Riley, verbonden aan de universiteit van Edinburgh en niet betrokken bij
    het onderzoek – in reactie op de studie. “Het is niet ongebruikelijk dat milde infecties een
    minder uitgebreide immuunrespons oproepen, want het immuunsysteem is ontworpen om zo te
    reageren dat de reactie in verhouding is met de dreiging. De vraag die werkelijk interessant is –
    en die we nu nog niet kunnen beantwoorden – is: waarom ontwikkelen sommige mensen zulke
    milde infecties? Mogelijk komt het doordat ze genetisch gezien minder vatbaar zijn voor een
    infectie of doordat er sprake is van een soort bestaande immuniteit die het resultaat is van een
    eerdere infectie door een aan SARS-CoV-2 gerelateerd coronavirus.”
     
    Maar wat betekent die milde immuunreactie op het virus voor de immuniteit? Na acht weken
    bleek het aantal neutraliserende antistoffen tegen SARS-CoV-2 bij de asymptomatische
    patiënten met zo’n 81 procent te zijn afgenomen. Bij de symptomatische patiënten was sprake
    van een afname van 62 procent. En dat is misschien wel één van de belangrijkste observaties
    van het hele onderzoek. “Het wijst er sterk op dat immuniteit voor SARS-CoV-2 bij een groot
    deel van de mensen binnen enkele maanden na infectie al sterk afneemt,” aldus professor
    Liam Smeeth, klinisch epidemioloog aan de London School of Hygiene and Tropical Medicine en
    niet betrokken bij het onderzoek. Hij wijst erop dat vervolgonderzoeken – onder grotere groepen
    mensen en waarbij mensen langduriger gevolgd worden – hard nodig zijn. “Maar deze resultaten
    wijzen erop dat we er niet op kunnen vertrouwen dat mensen die bewezen geïnfecteerd zijn
    geweest of positief testten tijdens een antistoffentest, langdurig immuun zijn.”
     
    De onderzoekers trekken diezelfde conclusie en pleiten op basis daarvan sterk tegen het
    gebruik van zogenoemde ‘immuniteit-paspoorten’: documenten die mensen waarvan bewezen
    is dat ze het virus hebben gehad, in staat stellen om te gaan en staan en doen en laten wat ze
    willen. Tegelijkertijd onderschrijft het onderzoek volgens de wetenschappers de langdurige inzet
    van belangrijke coronamaatregelen zoals: afstand houden, het isoleren van kwetsbare groepen,
    regelmatig de handen wassen en op grote schaal testen. Van deze maatregelen is inmiddels
    bewezen dat ze de verspreiding van het virus beperken.
     
    Zowel voor onderzoekers als overheden is het van groot belang om vast te stellen hoelang
    mensen na een doorgemaakte virusinfectie immuun zijn voor dat virus. Hun immuniteit
    beschermt ze namelijk niet alleen tegen infectie, maar zorgt er ook voor dat zij het virus niet
    langer op anderen kunnen overdragen. En als je binnen een populatie maar genoeg van deze
    immune mensen hebt, kan het virus zich binnen zo’n populatie eigenlijk niet meer verspreiden
    en zijn ook mensen die nog geen infectie hebben doorgemaakt – en er dus nog vatbaar voor
    zijn – veilig. We noemen dat ook wel groepsimmuniteit. Hoeveel mensen immuun moeten zijn
    alvorens groepsimmuniteit wordt bereikt, is afhankelijk van de besmettelijkheid van het virus.
    In het geval van SARS-CoV-2 zou ongeveer 70 procent van de bevolking het virus gehad
    moeten hebben. Waar het streven naar groepsimmuniteit in de prille stadia van de pandemie
    nog een tamelijk aanlokkelijke strategie leek, is dat – mede door dit soort studies – nu wel
    anders. Gaandeweg is het idee dat men na infectie door SARS-CoV-2 langdurig immuun is voor
    het virus, flink op losse schroeven komen te staan. Gelukkig is het doormaken van een infectie
    niet de enige manier waarop er groepsimmuniteit kan worden bereikt. Ook door te vaccineren
    kunnen wellicht in korte tijd – en zonder dat men een potentieel gevaarlijke virusinfectie hoeft
    door te maken – grote groepen mensen (hopelijk langdurig) immuun worden gemaakt. Aan
    dergelijke vaccins wordt nu hard gewerkt. Wereldwijd zouden er zo’n 200 in ontwikkeling zijn,
    waarvan er 10 inmiddels voorzichtig op mensen worden getest. Wanneer deze daadwerkelijk op
    grote schaal kunnen worden ingezet, is nog onduidelijk. Ze moeten eerst uitgebreid getest
    worden om vast te kunnen stellen of ze effectief en veilig zijn. En begin dit jaar werd dan ook
    geschat dat de ontwikkeling ervan zeker 12 tot 18 maanden in beslag neemt, wat zou
    betekenen dat ze op zijn vroegst eind 2020 of begin 2021 beschikbaar zijn.
     
    Het volledige artikel: Scientias - Caroline Kraaijvanger 19 juni 2020
     
 
     
     
 

 

Ook UMCG onderzoekt ontstekingsremmer in strijd tegen corona:

    'Mogelijk nog effectiever'
    RTV Noord 17 juni 2020
     
    De resultaten van een Engels onderzoek zorgden dinsdag voor groot optimisme, maar in het
    UMCG in Groningen wordt ook onderzoek gedaan naar een ontstekingsremmer in de strijd tegen
    corona. Dit middel, Tocilizumab, zou nog wel eens effectiever kunnen zijn en ook de
    'gevolgschade' van corona kunnen beperken.
     
    In Engeland is de ontstekingsremmer Dexamethason getest. In Groningen zijn ze sinds april
    bezig met het testen van een ander medicijn: Tocilizumab.
     
    Internist-Immunoloog Bram Rutgers: 'Tocilizumab wordt nu al gebruikt bij reumapatiënten. Het
    onderdrukt ontstekingen. Vaak zien we dat coronapatiënten niet in de problemen komen door
    het virus zelf, maar door een overmatige afweerreactie. De eerste dagen gaat het nog redelijk,
    maar na zeven tot tien dagen krijgen ze hoge koorts en gaan longproblemen optreden. De
    afweerreactie van het lichaam brengt zo'n patiënt dan te veel in de problemen. Ingrijpen in het
    immuunsysteem kan dan zinvol zijn.'
     
    De Engelse studie heeft dat inmiddels uitgewezen. Maar in Groningen is dus gekozen voor een
    ander middel. 'Dit middel is al aanwezig in Nederland en het remt nog wat specifieker', zegt
    Rutgers. In het UMCG is al een aantal coronapatiënten behandeld met Tocilizumab. 'Het is
    eerder al toegepast in Italië en in China. Maar dat was bij patiënten bij wie ze het niet meer
    wisten. Bij enkele werkte het wel en bij enkele niet. Dat zegt dus nog niet zo veel.'
     
    Voor het onderzoek in het UMCG zijn zo'n 350 patiënten nodig. Rutgers: 'Toen we in april
    startten, was de verwachting dat er nog zo'n tweehonderd patiënten in het UMCG zouden
    belanden. We hebben toen geloot wie wel en wie niet mee zou doen aan het onderzoek. Maar
    uiteindelijk viel het gelukkig mee met het aantal coronapatiënten in het Noorden. We hebben
    ons onderzoek daarom uitgebreid naar vijftien andere ziekenhuizen in het land. Doordat het
    virus zich nu rustig houdt, loopt het onderzoek vertraging op. We bereiden ons dus nu voor op
    een eventuele tweede golf.'
     
    De studie is opgezet met als doel om de levens van de helft van de coronapatiënten in het
    ziekenhuis te redden. Maar bij de patiënten die het redden, is vaak ook nog 'restschade'.
    Rutgers: 'Na de ziekte is er nog steeds sprake van conditieverlies en longschade. Dit medicijn
    zou ook die schade kunnen tegengaan, maar dat moeten we nog bekijken.'
     
    Het volledige artikel: RTV Noord 17 juni 2020
     
 
     
     
 

 

Wetenschap onthult hoe TBC-vaccin mogelijk ook af kan rekenen met

    Covid-19
    Scientias - Caroline Kraaijvanger 16 juni 2020
     
    Eindelijk meer duidelijkheid over hoe het vaccin ons immuunsysteem versterkt.
     
    Honderd jaar geleden werd het enige effectieve vaccin tegen TBC ontwikkeld. Het vaccin –
    Bacillus Calmette-Guérin, of kortweg BCG – genoemd, is sinds die tijd al aan miljarden mensen
    toegediend. En al vrij vlot bleek het vaccin een interessante ‘bijwerking’ te hebben. Mensen die
    het vaccin toegediend kregen, waren opeens ook veel minder vatbaar voor andere infecties. Het
    leek wel alsof het vaccin het immuunsysteem op de één of andere manier versterkte.
     
    Hoewel al die jaren onduidelijk bleef hoe het vaccin er precies voor zorgde dat mensen ook
    minder vatbaar waren voor andere infecties, besloten onderzoekers eerder dit jaar de proef op
    de som te nemen en te kijken of het ook beschermen kon tegen COVID-19. Medisch personeel
    in onder meer het Radboudumc kreeg het vaccin toegediend, in de hoop dat hun
    immuunsysteem hen ook beter beschermen kon tegen de door het virus SARS-CoV-2
    veroorzaakte ziekte COVID-19. De resultaten van dat onderzoek zijn er nog niet. En dus blijft
    onduidelijk of het vaccin ook enige bescherming biedt tegen COVID-19. Maar dankzij een nieuw
    onderzoek weten wetenschappers nu wel hoe het vaccin het immuunsysteem verandert.
     
    Een internationaal team van onderzoekers – waaronder ook wetenschappers van het
    Radboudumc – heeft vijftien vrijwilligers met het BCG-vaccin ingeënt. Vijf anderen kregen een
    placebo toegediend. “Drie maanden later hebben we zowel bloed- als beenmergmonsters van
    deze personen afgenomen,” aldus onderzoeker Mihai Netea, verbonden aan het Radboudumc.
     
    Het onderzoek wijst uit dat er enkele opvallende verschillen zijn tussen de monsters afgenomen
    bij de met het BCG-vaccin ingeënte personen en de monsters afkomstig van mensen die een
    placebo toegediend kregen. Zo bleken de immuuncellen in het bloed van de mensen die met
    het echte vaccin ingeënt waren meer cytokinen te produceren. Deze cytokinen versterken de
    immuunreactie doordat ze bijvoorbeeld andere immuuncellen om hulp vragen en deze naar de
    plaats van infectie leiden. Bovendien bleken de immuuncellen van de personen die het BCG-
    vaccin toegediend kregen, activiteit te vertonen in heel andere genen dan de immuuncellen van
    de placebogroep, met name in genen die nodig zijn voor de aanmaak van cytokinen.
     
    De onderzoekers hebben ook achterhaald welke mechanismen aan deze waargenomen
    veranderingen ten grondslag liggen. Zo blijkt het BCG-vaccin langdurige veranderingen te
    veroorzaken in de genetische programmering van hematopoëtische stamcellen – te vinden in
    het beenmerg – waaruit simpel gezegd alle immuuncellen voortkomen. “We hebben vastgesteld
    dat bepaald genetisch materiaal na vaccinatie toegankelijker wordt, wat betekent dat het vaker
    door de cellen ‘gelezen’ kan worden,” aldus onderzoeker Andreas Schlitzer, verbonden aan de
    universiteit van Bonn. Je moet je voorstellen dat elke menselijke cel tienduizenden genen
    herbergt die weer dienst doen als een soort montage-instructie voor allerhande moleculen.
     
    Wanneer een cel een bepaald molecuul – zoals een cytokine – wil aanmaken, moet deze op
    zoek naar de juiste montage-instructie. Maar niet alle genen of montage-instructies zijn even
    gemakkelijk te raadplegen. De BCG-vaccinatie blijkt er echter voor te zorgen dat bepaalde
    montage-instructies vele maanden of zelfs jaren beter toegankelijk zijn. Dat geldt met name
    voor de montage-instructies die een grotere productie van cytokines mogelijk maken. “Dit
    verklaart waarom de vaccinatie leidt tot een verbeterde immuunrespons voor een langere
    periode,” stelt Netea. En waarom mensen zelfs lang nadat de immuuncellen die ten tijde van de
    vaccinatie in het bloed circuleerden al lang verdwenen zijn, nog steeds een krachtigere
    immuunrespons vertonen in reactie op andere infecties.
     
    De onderzoeksresultaten kunnen ook heel relevant zijn in de strijd tegen COVID-19. Men hoopt
    namelijk dat het vaccin op de hierboven beschreven wijze ook de immuunrespons op COVID-19
    versterkt, waardoor de ziekte een milder verloop kent. Onduidelijk is echter nog of het ook
    echt zo werkt; dat wordt nog uitgezocht. In afwachting van die onderzoeken raadt het WHO
    een grootschalige vaccinatie met het BCG-vaccin af. Dat zou namelijk een bedreiging kunnen
    vormen voor de voorraden in tuberculosegebieden. Het vaccin is zelfs na 100 jaar namelijk
    nog altijd hard nodig om de ziekte waarvoor het ontwikkeld is te bestrijden; TBC eist nog
    elk jaar meer dan een miljoen slachtoffers en is daarmee de dodelijkste infectieziekte ter
    wereld.
     
    Wist je dat…
    …onderzoekers verwachten dat de coronacrisis – en dan met name de afgekondigde lockdowns
    – ervoor zal zorgen dat het aantal doden door tuberculose sterk zal stijgen? Doordat de zorg
    voor TB-patiënten en op preventie gerichte dienstverlening stil is komen te liggen, komen er
    tussen 2020 en 2025 naar schatting zo’n 1,4 miljoen extra mensen aan TB te overlijden. In
    diezelfde periode zouden er nog eens zo’n 6,3 miljoen extra mensen met TB gediagnosticeerd
    worden.
     
    Het volledige artikel: Scientias - Caroline Kraaijvanger 16 juni 2020
     
 
     
     
 

 

Zijn we binnenkort allemaal immuun voor corona?

    Universiteit Antwerpen - Heidi Theeten 11 juni 2020
     
    Sinds een paar weken kan je je bij de huisarts laten testen op antistoffen tegen het coronavirus.
    Het lijkt het gouden ticket om te weten of je al immuun bent voor de ziekte. Helaas is er nog
    niet genoeg geweten over antistoffen om daar van uit te gaan, meent Heidi Theeten
    [hoofddocent Vaccine Trial Team & Infectieziektenepidemiologie en -diagnostiek Universiteit van
    Antwerpen]. Zij voert onderzoek naar vaccinatieprogramma’s en antistoffen, en focust zich dezer
    dagen volop op de aanwezigheid van antistoffen tegen COVID-19 in het bloed van de Belgische
    bevolking. 
     
    Samen met mijn team voer ik momenteel onderzoek naar antistoffen tegen corona. Als er
    antistoffen in je bloed worden gevonden, is dat een aanwijzing dat je besmet bent geweest met
    COVID-19. Over het algemeen is het zo dat antistoffen je beschermen tegen een volgende
    infectie. Het lijkt dus simpel om aan te nemen dat, eenmaal je antistoffen hebt, je immuun
    bent voor de ziekte. Helaas is het verhaal iets ingewikkelder.
     
    We stellen vast dat er mensen zijn die geen antistoffen hebben, ook al zijn ze zwaar ziek
    geweest. Anderzijds vonden we antistoffen in het bloed van mensen die amper symptomen
    vertoonden. Anderen verliezen hun antistoffen na verloop van tijd dan weer.
     
    Bovendien is de drempelwaarde voor immuniteit – de hoeveelheid antistoffen je moet hebben
    om niet meer ziek te worden – nog niet gekend. Er zijn op dit moment nog veel onbekende
    factoren rond deze problematiek. Binnen een paar maanden zal dat ongetwijfeld anders zijn:
    tegen dan zijn er meer studies over antistoffen gedaan.
     
    De bloedstalen die we onderzoeken, zijn afkomstig van Belgen die om verschillende redenen
    bloed hebben laten afnemen, ter controle op een allergie bijvoorbeeld. Een arts neemt altijd iets
    meer bloed af, en dat wordt in het labo opzijgezet voor als er bijkomend onderzoek moet
    worden gedaan. Is dat niet nodig, wordt het bloedstaal weggegooid.
     
    Enkele grote laboratoria bewaren deze stalen voor ons. De bloedstalen zijn geanonimiseerd
    omdat er aan de patiënten geen toestemming is gevraagd om hun bloed te gebruiken. Het
    enige dat we weten, is de leeftijd en het geslacht van de patiënt. Op die manier konden we wel
    erg snel met het materiaal aan de slag.
     
    Sinds maart meten we om de drie weken hoeveel procent van de Belgen antistoffen in het bloed
    heeft. Uit de meest recente analyse, die dateert van eind mei, blijkt dat nog geen 7 procent te
    zijn. Dat is maar iets meer dan in april, toen 6 procent van de Belgen antistoffen had.
     
    Eigenlijk is dat positief. Dat betekent dat er ook minder mensen de infectie hebben
    doorgemaakt, en dat onze pogingen om het virus in te dijken hun vruchten hebben afgeworpen.
     
    Groepsimmuniteit, dat eerst nog werd gezien als een mogelijke strategie om corona weg te
    bannen, lijkt hierdoor wel mijlenver weg. Bij groepsimmuniteit moet zo’n 60 tot 70 procent van
    de bevolking immuun zijn voor het virus, waardoor het vanzelf uitdooft. Een manier om (groeps)
    immuniteit te verkrijgen zonder dat mensen zwaar ziek worden, is het toedienen van een vaccin.
     
    Bij het maken van een coronavaccin ben ik voor alle duidelijkheid niet zelf betrokken, dat doen
    mijn collega’s van Vaccinopolis. Wel voerde ik al veel onderzoek uit naar vaccinatie. Daaruit weet
    ik het volgende: de makkelijkste manier om te testen of een vaccin werkt, is nagaan of er
    voldoende antistoffen zijn. Alleen heb je bij COVID-19 nog geen garantie of en wanneer
    antistoffen genoeg beschermen.
     
    Is daarmee onze hoop op een vaccin begraven? Helemaal niet! Er zijn namelijk ook vaccins die
    werken zonder dat ze antistoffen opwekken. Het TBC-vaccin, bijvoorbeeld, is er zo een. Behalve
    de gekende antistoffen werkt ons immuunsysteem ook met T-cellen.
     

  Antistoffen zijn eiwitten die zich kunnen binden aan een virus of bacterie en die zo onschadelijk
    kunnen maken;

  T-cellen kunnen uit zichzelf een kiem herkennen en die uitschakelen.
     
    Je kan de werkzaamheid van een vaccin testen door een onschadelijk nepvirus toe te dienen
    aan gevaccineerden. Zo ken je de werking van allebei de systemen. Het ontwikkelen van een
    vaccin dat ook T-cellen aanspreekt, is mogelijk, maar de ontwikkeling kost wel enige tijd.
     
    Toch is het belangrijk om te blijven focussen op de ontwikkeling van een vaccin, en niet enkel
    op bijvoorbeeld antivirale middelen. COVID-19 kan je namelijk op twee manieren ziek maken:
    een eerste keer door het virus, een tweede keer als het virus al uitgeroeid is, maar je
    immuunsysteem een overreactie heeft, een zogenaamde cytokinestorm. Door een vaccin toe te
    dienen, voorkom je die onvoorspelbare infectie.
     
    Het volledige artikel: Universiteit Antwerpen - Heidi Theeten 11 juni 2020
     
 
     
     
 

 

Middel tegen malaria blijkt 'getrainde immuniteit' te blokkeren

    Medical facts - Jian Ling 10 juni 2020. Bron:Radboudumc
     
    Nieuw inzicht in werking hydroxy-chloroquine ondergraaft het gebruik ervan bij corona.
     
    Onderzoekers van het Radboudumc hebben een nog onbekend effect van hydroxychloroquine
    ontdekt. Het middel remt de werking van een bepaald type witte bloedcellen, dat belangrijk is
    bij de bestrijding van infecties. Op basis van dit onderzoek is het onwaarschijnlijk dat
    hydrochloroquine een gunstig effect heeft bij corona-infecties, schrijven ze in een preprint op
    MedArxiv.
     
    Hydroxychloroquine is een middel dat al jaren gebruikt wordt, oorspronkelijk voor de
    behandeling van malaria. Inmiddels wordt het ook veel gebruikt om patiënten met reumatische
    ziekten te behandelen, omdat hydroxychloroquine het afweersysteem afremt. Hoe
    hydroxychloroquine dit precies doet is niet precies bekend. Momenteel wordt het middel
    wereldwijd ook gebruikt om patiënten met een corona-infectie te behandelen. Het nut ervan is
    echter controversieel omdat niet duidelijk is of het werkt en hoe het werkt.
     
    Het volledige artikel: Medical facts - Jian Ling 10 juni 2020. Bron:Radboudumc
     
 
     
     
 

 

Opkomst en ondergang van Ruttes groepsimmuniteit: de 'muur' blijkt

    slechts een deurmat
    De Volkskrant - Maarten Keulemans 3 juni 2020
     
    Amper 5 tot 6 procent van de bloeddonoren heeft antistoffen tegen corona, een teken dat men
    de infectie heeft doorstaan, zo blijkt uit onderzoek van bloedbank Sanquin. De nekslag voor de
    toch al omstreden ‘groepsimmuniteit’ waar het kabinet kort mee flirtte.
     
    En nu blijkt Ruttes ‘muur’ ook nog eens niet hoger dan een deurmat. Want wat er de afgelopen
    maanden ook werd opgebouwd: de groepsimmuniteit is ver te zoeken. Zelfs in de zwaarst
    getroffen gebieden van Europa zijn veruit de meeste mensen gewoon nog bevattelijk voor het
    virus. In Londen is 17 procent drager van immuunstoffen; rond Madrid is het 10 tot 14 procent;
    in de zwaarst getroffen delen van Noord-Brabant lag de immuniteit vorige maand tegen de 10
    procent.
     
    Nieuwe cijfers van bloedbank Sanquin bevestigen dat beeld. Zo’n 5 tot 6 procent van de ruim
    zevenduizend Nederlandse bloeddonoren die Sanquin testte, heeft antistoffen tegen covid-19.
    Ruw doorvertaald zou dat betekenen dat krap één miljoen Nederlanders het virus hebben gehad
    – en dat van iedere 18 Nederlanders er 17 het virus gewoon nog kunnen krijgen.
     
    Tenminste: áls antistoffen al tegen de ziekte beschermen, want ook die bouwsteen van Ruttes
    muur zit nogal los. De afweer tegen luchtwegvirussen is vaak immers maar tijdelijk – denk aan
    griep of verkoudheid, aandoeningen die we meerdere keren kunnen krijgen. Bovendien blijkt
    uit onderzoek inmiddels dat lang niet iedereen na besmetting beschermende immuunstoffen
    opbouwt. Vooral na een milde infectie ziet het lichaam kennelijk geen noodzaak om zich
    langdurig tegen het virus te bewapenen.
     
    Lichtpuntjes zijn er ook. Sanquin durft na laboratoriumonderzoek wel te stellen dat ex-patiënten
    met de meeste afweerstoffen echt beschermd zijn tegen het virus, al is het misschien maar
    tijdelijk. Wie weet zijn dergelijke ‘beschermden’ wel strategisch inzetbaar tegen covid,
    bijvoorbeeld in verpleeghuizen of bij de zorg van kwetsbare patiënten, opperde Sanquin-
    wetenschapper Hans Zaaijer vorige week. Staat er toch nog iets beschermends om de
    kwetsbaren heen, als is het maar een noodwandje.
     
    Ook elders in Europa is het gesprek over groepsimmuniteit verstomd. Aanvankelijk hoopte men
    nog op een mazzeltje: misschien heeft het coronavirus de meeste mensen allang besmet,
    zonder dat we het weten. Zou het zomaar ineens kunnen dat de halve bevolking het virus al
    heeft gehad en de uitbraak al bijna voorbij is, zoals een Oxfords onderzoeksteam in maart nog
    opperde.
     
    Maar de cijfers boren elke hoop op zo’n gemakkelijke uitweg nu de grond in. In Stockholm, waar
    men vorige maand nog hardop de hoop uitsprak dat de groepsimmuniteit misschien nabij was,
    moest topepidemioloog Anders Tegnell erkennen dat de teller is blijven steken op een
    schamele 7,3 procent. En in Groot-Brittannië bood eerste adviseur Patrick Vallance het
    parlement vorige maand zijn excuses aan voor het gedagdroom over groepsimmuniteit.
     
    Het volledige artikel: De Volkskrant - Maarten Keulemans 3 juni 2020
     
 
     
     
 

 

Tien Covid-19 kandidaatvaccins liggen voorop

    NRC Handelsblad - Sander Voormolen 3 juni 2020
     
    Een vaccin kan de wereld verlossen van de pandemie. Tien kandidaatvaccins worden al bij
    vrijwilligers getest.
     
    Wereldwijd worden er al tien verschillende kandidaten voor een Covid-19-vaccin bij vrijwilligers
    getest. Dat blijkt uit een overzicht dat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bijhoudt. Het
    gaat om vaccins die al in klinische studies bij mensen getest worden op veiligheid en
    effectiviteit. Daarnaast zijn er volgens de WHO nog 128 andere kandidaatvaccins in
    ontwikkeling.
     
    Één goed vaccin zou de wereld al uit de brand helpen. Maar welk vaccin het beste zal werken is
    niet te voorspellen. Bovendien zijn de vaccins die in ontwikkeling zijn gebaseerd op verschillende
    principes met ieder hun eigen voor- en nadelen. Het is niet onwaarschijnlijk dat er straks
    meerdere vaccins tegen SARS-CoV-2 naast elkaar bestaan.
     
    Vaccinfabrikanten en -instituten zijn verwikkeld in een koortsachtige race om als eerste een
    werkend vaccin op de markt te brengen. Het verst gevorderd lijkt een vaccin dat Oxford
    University, ontwikkelt in samenwerking met AstraZeneca, gevolgd door een kandidaat van het
    Amerikaanse bedrijf Moderna.
     
    Het Oxford-vaccin is gebaseerd op een verkoudheidsvirus van chimpansees dat door genetische
    aanpassingen niet meer in staat is zich te vermenigvuldigen. Het vaccinvirus bevat ook het
    spike-eiwit van SARS-CoV-2; dat moet de afweerrespons oproepen. Het zal nu verder getest
    worden in een groep van 10.000 vrijwilligers, waarbij de helft het coronavaccin krijgt en de
    andere helft een meningokokkenvaccin, ter controle.
     
    Het vaccin van de Amerikaanse concurrent Moderna is gebaseerd op mRNA, een stukje erfelijk
    materiaal van SARS-CoV-2, dat ervoor zorgt dat het lichaam van de gevaccineerde zelf een
    stukje van het SARS-CoV-2-spike-eiwit maakt, wat de afweer in gang zet. Deze aanpak is nog
    experimenteel: er is momenteel nog geen vaccin op de markt dat volgens dit principe werkt,
    maar de eerste testresultaten waren positief.
     
    In een interview dinsdag met het medische vakblad JAMA zei Anthony Fauci, de directeur van de
    Amerikaanse National Institutes of Health dat de laatste onderzoeksfase met het Moderna-
    vaccin in juli zal beginnen. Het vaccin zal dan getest worden in 30.000 vrijwilligers, waarbij de
    helft ter controle een placebo-injectie krijgt. Hoe lang het duurt voordat duidelijk is of en in
    welke mate het vaccin effectief beschermt tegen Covid-19 hangt af van hoeveel besmettingen
    er zijn in de gebieden waar het vaccin getest wordt.
     
    Een tekort aan infecties speelt Chinese ontwikkelaars van coronavaccins parten. Het
    bedrijf CanSino Biologics was op 16 maart de eerste die een klinische studie met een vaccin
    tegen het nieuwe coronavirus startte. Net als Oxford gebruikt het een verkoudheidsvirus als
    drager van een SARS-CoV-2 eiwit. CanSino gaat de laatste fase van het onderzoek in Canada
    uitvoeren, aangezien er in China momenteel niet voldoende infecties zijn.
     
    Sinovac, een ander Chinees bedrijf met een vergevorderd kandidaatvaccin, is in onderhandeling
    met Groot-Brittannië om daar de laatste test met vrijwilligers uit te voeren. Dit vaccin bestaat uit
    een dood coronavirus.
     
    Fauci vertelde tegen JAMA dat hij erop rekent dat „tegen het einde van de zomer wereldwijd vier
    of vijf vaccins” in de cruciale laatste testfase zullen zitten. Hij is „voorzichtig optimistisch” dat
    een vaccin een einde kan maken aan de pandemie van het coronavirus. Waar Fauci zich zorgen
    over maakt is hoe lang de bescherming van een vaccin in stand zal blijven. „We zien dat
    mensen hun weerstand tegen goedaardige coronavirussen snel weer verliezen.”
     
    Een vaccin zal, ook als het maar gedeeltelijk of tijdelijk werkt, de ontwikkeling van
    groepsimmuniteit in de bevolking een zet in de rug geven. Vanaf een niveau waarop zes op de
    tien mensen in de samenleving afweer hebben tegen het virus, zal iedere uitbraak vanzelf
    uitdoven, denken deskundigen. De opbouw van immuniteit door natuurlijke infecties gaat in de
    praktijk traag. Woensdag rapporteerde bloedbank Sanquin dat het aandeel van mensen met
    antilichamen tegen Covid-19 in Nederland gestegen was tot 5,5 procent begin mei, ten opzichte
    van 3 procent begin april.
     
    Het volledige artikel: NRC Handelsblad - Sander Voormolen 3 juni 2020
     
 
     
     
 

 

Sanquin-onderzoeker: Pas over twee jaar groepsimmuniteit in

    Nederland
    Trouw 3 juni 2020
     
   

De groepsimmuniteit voor het coronavirus is nog ver weg. Uit onderzoek bij ruim 7000

    bloeddonoren bij de bloedbanken van Sanquin komt naar voren dat zo'n 5,5 procent van de
    donoren antistoffen tegen het coronavirus heeft ontwikkeld, meldt onderzoeksleider Hans
    Zaaijer van Sanquin in het AD. "Er is een vaccin nodig."
     
    Volgens de arts-microbioloog en hoogleraar is de stijging ten opzichte van de 3 procent die werd
    gemeten in april maar klein en duurt het zo nog twee jaar voordat in Nederland
    groepsimmuniteit wordt bereikt. "De lockdownmaatregelen zijn effectief, daardoor zijn minder
    mensen besmet geraakt", zegt Zaaijer. "Deze bescheiden toename toont dat een vaccin echt de
    redding moet zijn en niet het gedoseerd over de samenleving laten komen van corona."
     
    Zaaijer stelt dat er groepsimmuniteit kan ontstaan als iets meer dan 60 procent van de mensen
    van corona is genezen. "Eén besmet persoon die het coronavirus heeft, besmet gemiddeld
    tussen de twee à drie anderen", legt hij uit. "Als iets meer dan 60 procent van corona is
    genezen, is het voor het virus veel moeilijker nog een slachtoffer te pakken." Maar in het
    huidige tempo zouden we er volgens de onderzoeker nog 130 weken over doen om tot 60
    procent te komen.
     
 
     
     
 

 

ITG, UAntwerpen en UZA brengen immuun antwoord op COVID-19 in

    kaart
    Medical Facts - Alida Budding-Hennink / ITG 28 mei 2020
     
    Onderzoek naar opgebouwde immuniteit in COVID-19 patiënten moet meer inzicht geven in hoe
    het immuun system geimpacteerd wordt door de huidge en mogelijke toekomstige uitbraken.
     
    Onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen (ITG), het Universitair
    Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en van de Universiteit Antwerpen (UAntwerpen) bundelen krachten
    in een studie naar de immuniteit die opgebouwd wordt in COVID-19 patiënten. Aan de hand van
    stalen van besmette COVID-19 patiënten zullen ze witte bloedcellen analyseren en deze in
    hoogstaande computermodellen gieten. Met die gedetailleerde informatie willen de
    onderzoekers de verschillen in de ernst van het COVID 19 ziektebeeld beter begriojpen en,
    indien er in de toekomst een nieuwe uitbraak is, sneller de 'juiste' immuunrespons vinden voor
    een vaccin.
     
    Het volledige artikel: Medical Facts - Alida Budding-Hennink / ITG 28 mei 2020
     
 
     
     
 

 

Immuniteit komt tergend traag

    NRC Handelsblad - Sander Voormolen 26 mei 2020
     
    Amper 3 tot 5 procent van de Europese bevolking is nu immuun tegen Covid-19. Toch is er nog
    hoop op groepsimmuniteit.
     
    Zelfs in Zweden, een van de weinige landen in Europa dat nooit een lockdown heeft ingevoerd
    om de corona-epidemie in te dammen, is groepsimmuniteit tegen het coronavirus nog lang
    niet in zicht. Dat blijkt uit de eerste meting van het Zweedse volksgezondheidsinstituut.
     
    De rapportage meldt dat in Stockholm nu 7,3 procent van de bevolking antistoffen tegen het
    virus heeft, elders in Zweden ligt het rond de 4 procent – teleurstellend ver van het niveau
    waarop groepsimmuniteit verwacht kan worden. Dat is de toestand dat zoveel mensen
    immuniteit hebben opgebouwd tegen het virus dat de epidemie zonder maatregelen vanzelf zal
    uitdoven. Volgens deskundigen wordt dat niveau voor dit virus SARS-CoV-2 bereikt vanaf het
    moment dat 60 procent van de bevolking immuniteit heeft ontwikkeld.
     
    De vraag is nu of die ‘bescherming door de kudde’ ooit wel gehaald zal worden. In veel westerse
    landen daalt het aantal nieuwe infecties inmiddels flink, wat ook betekent dat het aantal
    mensen dat immuniteit tegen het virus verwerft minder snel toeneemt. De opbouw van
    groepsimmuniteit gaat tergend langzaam.
     
    Een andere grote kwestie is hoe ‘hard’ deze gemeten afweer in de bevolking is. Er zijn vele
    voetangels. Ten eerste moet het onderzoek plaatsvinden bij een voldoende grote groep
    mensen die representatief is voor de regionale spreiding en leeftijdsopbouw van de bevolking.
    En in sommige onderzoeken kunnen deelnemers zichzelf aanmelden. Dat geeft kans op
    vertekening, omdat bijvoorbeeld mensen die vermoeden dat zij Covid-19 hebben gehad, zich
    eerder zullen aanmelden. En binnen landsgrenzen kan de regionale variatie erg groot zijn,
    waardoor een landelijk gemiddelde niet zoveel zegt.
     
    De aanwezigheid van antistoffen biedt ook nog geen garantie dat iemand niet opnieuw besmet
    kan raken. De ervaring met andere coronavirussen is dat immuniteit gemiddeld een paar jaar
    standhoudt, waarna iemand opnieuw bevattelijk is.
     
    Afgezien van een aantal hotspots in vooral grote steden komt nu het aandeel mensen met
    antistoffen tegen SARS-CoV-2 in geen enkel Europees land boven de 5 procent uit. In de
    eerste testronde die bloedbank Sanquin onder bloeddonors uitvoerde bleek dat gemiddeld 3
    procent van de Nederlanders antistoffen tegen SARS-CoV-2 heeft, met grote regionale
    verschillen. In Oost-Brabant, waar de epidemie het hevigst woedde, was het bijna 10 procent.
    Inmiddels is de antistoffentest herhaald, de uitslag daarvan wordt volgende week verwacht.
     
    In België lijkt het percentage mensen dat immuniteit heeft tegen het nieuwe coronavirus iets
    hoger. In het laatste onderzoek van het Belgische instituut voor gezondheid Sciensano bleek
    dat 8,4 procent van de gezondheidswerkers in België antistoffen heeft. Onder de algemene
    bevolking ligt het niveau beduidend lager, bleek in een meting half april: 4,3 procent. In een
    publicatie in Science eerder deze maand berekenden onderzoekers dat de immuniteit in
    Frankrijk gemiddeld uitkomt op 4,4 procent.
     
    Een nog niet gepubliceerde overzichtsstudie laat zien dat er in Italië – niet onverwacht – grote
    regionale verschillen bestaan. In de zwaar getroffen regio Lombardije komt het aantal mensen
    dat de infectie heeft doorgemaakt uit op 13 procent, maar voor heel Italië landt het op 4,8
    procent. Dat komt overeen met de uitkomst van een kleine steekproef in buurland
    Oostenrijk: 4,7 procent.
     
    In Spanje, een ander land dat zwaar getroffen is door corona, springt de regio Madrid eruit met
    14,2 procent van de bevolking met antistoffen. Het landelijk gemiddelde komt ook daar weer
    uit op 5 procent.
     
    Tijdens een persconferentie vorige week meldde de Britse gezondheidsminister Matt
    Hancock dat inmiddels 17 procent van de Londenaren antistoffen tegen het coronavirus heeft.
    Elders in het Verenigd Koninkrijk zou het aandeel op 5 procent liggen.
     
    Uitzonderlijk laag zitten de Denen. In een steekproef onder ruim duizend willekeurige
    volwassenen blijkt dat ongeveer 1 procent van de bevolking antistoffen heeft tegen SARS-CoV-
    2. Het zijn voorlopige cijfers, want voor een betrouwbaar landelijk beeld is de steekproef nog te
    klein.
     
    Er is ook hoop. Sommige wetenschappers vragen zich hardop af of de magische grens van 60
    procent immuniteit wel nodig is om uitbraken van het virus te dempen. Gebleken is dat
    sommige mensen niet of nauwelijks ziek worden door Covid-19, mogelijk omdat zij beschermd
    worden door eerder verworven immuniteit tegen milde coronavirussen die alleen verkoudheid
    veroorzaken. Hoe robuust deze bescherming is en hoe wijd verspreid die is onder de bevolking,
    is nog niet bekend. Maar het kan er wel toe bijdragen dat groepsimmuniteit voor SARS-CoV-2
    mogelijk eerder wordt bereikt, schrijven wetenschappers onder leiding van Ricardo Aguas van de
    universiteit van Oxford. Hun redenering is dat de mensen die het gevoeligst zijn voor de
    infectie, het virus ook het snelst zullen oplopen en dat dus na verloop van tijd steeds meer
    mensen zullen overblijven die minder bevattelijk zijn voor het virus.
     
    Andere onderzoekers voeren aan dat de modellen die het niveau van groepsimmuniteit
    berekenen uitgaan van een uniform gemengde bevolking. Maar in de praktijk wordt er
    misschien al een heel veel groepsbescherming geleverd als de groepen met de meeste sociale
    contacten in de bevolking voldoende immuniteit hebben opgebouwd. Ook in dat scenario komt
    de door politici zo vurig gewenste groepsimmuniteit eerder in zicht.
     
    Het volledige artikel: NRC Handelsblad - Sander Voormolen 26 mei 2020
     
 
     
     
 

 

Hoogleraar: durf te experimenteren met het voordeel dat immuniteit

    kan bieden | interview Hans Zaaijer
    De Volkskrant - Maarten Keulemans 24 mei 2020
     
    Nederland moet overwegen om herstelde coronapatiënten in te zetten in de zorg voor kwetsbare
    groepen. De kans is immers groot dat ex-patiënten in elk geval tijdelijk gevrijwaard zijn van het
    virus. Hans Zaaijer, arts-microbioloog en senioronderzoeker bij Sanquin, is in elk geval om.
     
    Een ‘immuniteitspaspoort’. Een officiële verklaring: deze persoon heeft covid-19 doorgemaakt
    en mag weer gaan en staan waar hij wil, hij is toch immuun. Zou dat geen goed idee zijn?
     
    Beslist niet, beschikte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vorige maand nog in een
    plechtig beleidsadvies. Nadat onder meer Chili, Duitsland, de VS en het Verenigd Koninkrijk
    hardop met het idee hadden gespeeld om dergelijke immuniteitspaspoorten uit te geven aan
    genezen ex-patiënten, besloot de WHO daar toch even wat behoedzame wetenschap tegenover
    te stellen: pas op, wie de ziekte heeft doorgemaakt is niet per se immuun.
     
    Dat klopt, benadrukt ook Zaaijer, arts-microbioloog, hoogleraar aan het Amsterdam UMC en
    onderzoeksleider bij Sanquin. Misschien was de corona-infectie maar een schampschot en heeft
    de patiënt geen antistoffen opgebouwd. Of wellicht heeft de patiënt wel antistoffen maar zijn
    het de verkeerde, zodat de patiënt het virus tóch verspreidt. 
     
    Het idee vatte pas goed bij Zaaijer post toen hij onlangs de bloedmonsters onderzocht van ruim
    zevenduizend Nederlandse bloeddonoren. Bij elkaar 2,7 procent van hen heeft inmiddels
    antistoffen tegen het coronavirus in het bloed, een ontdekking die landelijk nieuws werd. Bij
    ruwweg de helft was het antistofsignaal buitengewoon sterk: een overtuigende piek op de
    testapparatuur, geen twijfel over mogelijk.
     
    Research Square 29 Apr, 2020 | Hans L. Zaaijer [et al].
     
    Er is nog iets, vertelt Zaaijer. Uit nog ongepubliceerd onderzoek in het lab, uitgevoerd in
    Engeland en bij onder meer het RIVM, blijkt dat juist de groep met het krachtige signaal bloed
    heeft dat het virus actief bestrijdt. ‘Dat is nog altijd geen garantie voor immuniteit’, benadrukt
    hij. ‘Maar omdat we het niet zeker weten, durft niemand ervan uit te gaan.’
     
    'Ik denk ook dat de immuniteit niet erg lang aanhoudt, want dat zien we vaker bij
    luchtwegvirussen. Maar laten we nu eens aannemen dat iedereen na een infectie zes maanden
    lang veilig is: dat is best lang. Wat zijn dan de mogelijkheden?’
     
    Het volledige artikel: De Volkskrant - Maarten Keulemans 24 mei 2020
     
 
     
     
 

 

RIVM tast compleet in het duister wat betreft immuniteit na

    coronavirus: "Daar is geen getal aan te hangen"
    DDS De Dagelijkse Standaard - Wout Willemsen 22 mei 2020
     
    Debbie van Baarle, hoogleraar immunologie aan het UMC Utrecht en verbonden aan het RIVM,
    geeft een subtiele update over de stand van zaken bij het RIVM rondom het vraagstuk van
    weerstand tegen covid-19. Heel kort de samenvatting: ‘We hebben geen flauw idee en weten
    nog helemaal niks zeker‘.
     
    Het RIVM weet nog steeds niet zeker of men het coronavirus voor een tweede keer kan krijgen.
    Op zich al vreemd, want er zijn diverse landen die hier al meldingen van hebben gedaan. Maar
    die onderzoeken zijn dan vaak niet peer-reviewed of geven aan dat het slechts een
    mogelijkheid en niet een zekerheid is dat mensen het een tweede keer hebben opgelopen.
    Dat is dus an sich al best wel een probleem, want wat als het wél blijkt te kunnen?
     
    Daarop voortbordurend: het is ook volstrekt onzeker hoeveel van de mensen immuun is
    geworden nadat zij ziek zijn geworden. Daarover zegt Van Baarle alleen: “Als iemand niet zo
    ziek is geweest, dan lijkt de kans klein dat diegene opnieuw ziek kan worden, maar we kunnen
    het niet uitsluiten.”
     
    Het volledige artikel: DDS De Dagelijkse Standaard - Wout Willemsen 22 mei 2020
     
 
     
     
 

 

Een eerdere coronaverkoudheid levert nu misschien bescherming op

    Medisch Contact - Sophie Broersen 22 mei 2020
     
    Bestuderen van de T-cel-immuniteit levert inzichten op die bepaalde aspecten van het
    ziektebeloop van covid-19 misschien kunnen verklaren. Het levert ook aanknopingspunten voor
    vaccinontwikkeling op.
     
    Hoopvol nieuws: in een aanzienlijk aandeel van bloedstalen die ruim voor de covid-19-uitbraak
    zijn afgenomen, zijn T-cellen gevonden die reageren op SARS-CoV-2. Het blijkt uit onderzoek
    van Alba Griffoni e.a. dat in Cell verscheen. Zij gingen eerst na in hoeverre er SARS-CoV-2-
    specifieke CD8- en CD4-T-cellen circuleerden bij genezen covid-19-patiënten. Dat bleek bij
    respectievelijk 70 en 100 procent van de patiënten het geval. In bloedstalen die tussen 2015
    en 2018 waren afgenomen was er kruisreactiviteit bij 20 respectievelijk 50 procent.
     
    Verrassend? Hoogleraar immunologie Debbie van Baarle (UMCU): ‘Aan de ene kant niet: we
    weten dat er verschillende coronavirussen circuleren, die meestal alleen verkoudheid
    veroorzaken. We weten ook dat T-cel-immuniteit anders werkt dan afweer op basis van
    antilichamen. Antilichamen herkennen driedimensionale structuren die zich aan de
    buitenkant van een virus bevinden. Die antigenen zijn meer variabel dan de eiwitten aan
    de binnenkant van een virus, die op hun beurt kunnen worden herkend door T-cellen. Die
    eiwitten zijn pas zichtbaar als antigeen-presenterende cellen deze hebben opgenomen
    en gepresenteerd. T-cellen herkennen dus minder variabele delen van het coronavirus
    en dat kan leiden tot meer kruisreactiviteit. Dat wil zeggen dat als je eerder besmet was
    met een ander coronavirus, dat je nu mogelijk T-cellen hebt die aanslaan op SARS-CoV-2. Wat
    mij wel verraste was het hoge percentage van kruisreactiviteit. Anderzijds past het wel bij de
    waarneming dat veel geïnfecteerde mensen relatief weinig klachten hebben. We weten het niet
    zeker, maar het zou kunnen dat dit met geheugen-T-celafweer te maken heeft.’
     
    Het onderzoek van Griffoni e.a. leverde ook informatie op die van belang kan zijn voor
    vaccinontwikkeling, zegt Van Baarle: ‘De meeste vaccins zijn ontworpen om een
    antilichaamrespons op te roepen. Soms blijken ze achteraf, bij toeval, ook een T-celreactie
    op te roepen en dat zijn doorgaans de vaccins die langduriger bescherming bieden. Er is veel
    interesse in vaccins die een T-celrespons oproepen, omdat deze zoals gezegd op minder
    variabele delen van virussen reageren. Bijvoorbeeld voor influenza is dat een aantrekkelijk
    idee: dan is de werkzaamheid ervan niet meer afhankelijk van antigenen die elk jaar
    anders zijn. Een ander mogelijk nadeel van een vaccin dat alleen een antilichaamreactie
    oproept, is dat antilichamen in theorie zouden kunnen bijdragen aan een ernstiger beloop
    van een virale infectie. Dat kan gebeuren als er een suboptimale hoeveelheid antistoffen
    aanwezig is. Een virusdeeltje waar een beperkt aantal antilichamen aankleeft, wordt niet
    afdoende opgeruimd. Dat kan dan makkelijker cellen infecteren, omdat de cel bindt aan
    zowel het virus als aan het antilichaam. Een suboptimale antilichaamreactie zou zo de
    ziekte kunnen verergeren.’ Zou dat de oorzaak kunnen zijn van het beloop van covid-19,
    waarbij een deel van de patiënten na een week milde klachten plots verslechteren? ‘Dat weten
    we niet. We weten nog niet welke componenten van de afweerreactie bij covid-19 van belang
    zijn, zeker als het gaat om de vroege fase van de infectie. Dat proberen we goed in kaart te
    brengen, maar daar kunnen we ook niet op wachten met het ontwikkelen van vaccins.’ Voor
     
    Voor covid-19 richten de meeste kandidaatvaccins zich op het spike-eiwit, dat aan de buitenkant
    van het virus zit. Het is afwachten of deze voldoende werkzaam zullen zijn en welke
    afweerreactie zij oproepen. Van Baarle: ‘Uit deze studie blijkt dat T-cellen op dat spike-eiwit
    reageren, maar ook op andere antigenen. Als vaccins die op het spike-eiwit zijn gebaseerd niet
    goed werken, zou je misschien de T-cel-respons kunnen versterken door een vaccin te
    ontwerpen dat ook een reactie tegen andere antigenen oproept.’
     
    Het volledige artikel: Medisch Contact - Sophie Broersen 22 mei 2020
     
 
     
     
 

 

Waarom we niet zeker weten of mensen immuun zijn na covid-19

    NOS - Francien Yntema 22 mei 2020
     
    Mensen die het nieuwe coronavirus hebben gehad willen graag weten of ze weerstand hebben
    opgebouwd tegen covid-19. Op de website van het RIVM staat dat het niet zeker is of mensen
    de ziekte een tweede keer kunnen krijgen. Hoe groot is die onzekerheid? En hoe kunnen we
    die verkleinen?
     
    Welk deel van de mensen immuun wordt is onduidelijk. "Daar is geen getal aan te hangen",
    zegt Debbie van Baarle, hoogleraar immunologie aan het UMC Utrecht en verbonden aan het
    RIVM. "Als iemand niet zo ziek is geweest, dan lijkt de kans klein dat diegene opnieuw ziek
    kan worden, maar we kunnen het niet uitsluiten."
     
    De enige manier waarop je absolute zekerheid krijgt is door mensen opnieuw bloot te stellen
    aan het virus, zegt Marjolein van Egmond, hoogleraar immunologie aan het Amsterdam UMC.
    "Maar ethisch gezien is het onacceptabel om gezonde mensen te besmetten met een
    potentieel dodelijk virus waartegen geen medicijn bestaat."
     
    Voorlopig moeten de antwoorden dus komen uit andersoortig onderzoek. Tot nu toe was er veel
    aandacht voor de antistoffen die virusdeeltjes neutraliseren. Minder aandacht was er voor de
    rest van het immuunsysteem, waarin allerlei cellen onmisbare functies vervullen.
     
    "Voor een goede afweerreactie hebben antistoffen en immuuncellen elkaar nodig", zegt Van
    Baarle. "We moeten nu meer zicht krijgen op de rol die de verschillende onderdelen van het
    afweersysteem spelen bij de bestrijding van dit nieuwe coronavirus. Dat is een hele puzzel."
     
    Over één puzzelstukje werd onlangs meer duidelijk. In het bloed van mensen die een milde
    variant van covid-19 doormaakten, vonden Amerikaanse wetenschappers specifieke
    afweercellen, zogeheten T-cellen, die het virus herkennen.
     
    Dat stemt hoopvol. "Dit past bij wat je verwacht als het lichaam immuniteit opbouwt", zegt Van
    Egmond. "Kanttekening is dat we nog niet weten of die cellen daadwerkelijk bijdroegen aan het
    herstel. Vergelijk het met het vinden van een fiets bij iemand in de schuur. Zo'n vondst bewijst
    niet dat iemand kan fietsen. Het is aannemelijk, maar je weet het niet zeker."
     
    Een puzzelstuk waar we volgens Van Baarle nog weinig over weten is het aangeboren
    immuunsysteem. "Dat bestaat uit cellen die altijd klaarliggen. Zij signaleren het virus heel kort
    na de infectie en ze produceren signaalstoffen die het specifieke, aangeleerde afweersysteem
    activeren. Dat aangeleerde afweersysteem produceert ook de antistoffen. Hoe het aangeboren
    afweersysteem in actie komt bij een infectie met het nieuwe coronavirus, weten we nog niet."
     
    Ook over de antistoffen zelf is nog veel te leren. "Naarmate we ouder worden keldert het aantal
    immuuncellen", zegt Jacques van Dongen, hoogleraar medische immunologie bij het LUMC.
    "Veel ouderen hebben daardoor ook minder cellen die na herkenning van het virus stapsgewijs
    steeds betere antistoffen maken en die zich kunnen specialiseren tot antistoffenfabriek."
     
    Tot slot willen de immunologen weten welke geheugencellen er in welke hoeveelheden worden
     aangemaakt. Dat zijn de cellen die ervoor moeten zorgen dat er bij een nieuwe infectie
    razendsnel weer nieuwe antistoffen en specifieke afweercellen worden geproduceerd en dat het
    virus snel wordt opgeruimd.
     
    Het volledige artikel: NOS - Francien Yntema 22 mei 2020
     
 
     
     
 

 

Waarom er mogelijk helemaal geen goed coronavaccin komt

    Welingelichte Kringen - Jeanette Kras | The Guardian - Ian Sample 22 May 2020
     
    De hele wereld heeft de hoop gevestigd op een vaccin dat beschermt tegen Covid-19, maar
    hoewel vaccins gebaseerd zijn op een simpel principe, is de ontwikkeling ervan complex. Het is
    dan ook niet gezegd dat het lukt om een vaccin tegen het huidige coronavirus te maken.
     
    Immuniteit
    Een van de grootste zorgen is dat de meeste coronavirussen na besmetting niet tot langdurige
    immuniteit leiden, schrijft The Guardian. Ongeveer een kwart van de normale verkoudheden
    worden veroorzaakt door menselijke coronavirussen, maar de immuniteitsreactie neemt zo snel
    af dat mensen een jaar later al weer besmet kunnen worden.
     
    “Dat is de grootste uitdaging,” zegt oud-coronavirusonderzoeker aan de universiteit van Iowa,
    Stanley Perlman, tegen de Britse krant. “Als de natuurlijke infectie weinig immuniteit biedt,
    tenzij het om een heel zware infectie gaat, wat zal een vaccin dan doen? Misschien werkt het
    beter, maar we weten het niet.” Als een vaccin maar een jaar bescherming biedt dan is het virus
    nog wel een tijdje onder ons.
     
    Mutaties
    Ook de genetische stabiliteit van het virus speelt een rol. Sommige virussen, zoals de griep,
    muteren zo snel dat er ieder jaar een nieuw vaccin nodig is. De snelle evolutie van HIV is
    bijvoorbeeld een belangrijke reden dat er nog geen vaccin is tegen de ziekte.
     
    Volgens de wetenschapper is de kans groot dat we uiteindelijk een of meerdere vaccins krijgen,
    die maar gedeeltelijk effectief zijn. Een vaccin met een verzwakte versie van het virus kan te
    gevaarlijk zijn voor ouderen, maar wel geschikt zijn voor jongeren met een robuuster
    immuunsysteem. Zo wordt de verspreiding van het virus verminderd.
     
    Ondertussen krijgen ouderen een vaccin dat voorkomt dat een besmetting uitmondt in een
    levensbedreigende longontsteking. “Als je niet in staat bent om immuniteit voor elkaar te
    krijgen dan moet je een strategie bedenken om de ziekte minder ernstig te maken,” zegt
    John McCauley, directeur van het Worldwide Influenza Centre.
     
    Volgens David Heymann, die leiding gaf aan de reactie van de Wereldgezondheidsorganisatie
    (WHO) op de Sars-epidemie is het nog te vroeg om te kunnen voorspellen hoe de huidige
    pandemie eindigt. “We weten nog niet wat het virus gaat doen,” zegt hij. “Blijft het circuleren na
    de eerste pandemie? Of zal het, zoals sommige andere pandemische virussen verdwijnen of
    minder agressief worden? Dat weten we gewoon nog niet.”
     
    Het volledige artikel: Welingelichte Kringen - Jeanette Kras | The Guardian - Ian Sample 22 May 2020
     
 
     
     
 

 

Helft mensen heeft afweercellen tegen coronavirus

    NRC Handelsblad - Sander Voormolen 16/17 mei 2020
     
    Afweercellen tegen verkoudheidsvirussen bieden mogelijk ook bescherming tegen het
    coronavirus. Dat verklaart ook milde infecties.
     
    De helft van de mensen die nog niet besmet is geweest met het nieuwe coronavirus heeft toch
    al afweercellen die het virus kunnen aanvallen. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek dat is
    verschenen in het wetenschappelijke blad Cell. De conclusie werpt nieuw licht op de Covid-19-
    epidemie: het kan helpen verklaren waarom niet iedereen even ziek wordt van het coronavirus
    SARS-CoV-2. Iemand die in eerder in aanraking is geweest met een ander coronavirus dat
    over het algemeen alleen verkoudheid veroorzaakt (er zijn daarvan vier varianten die
    circuleren) hebben daartegen een afweer ontwikkeld die hen mogelijk ook beschermt tegen
    SARS-CoV-2.
     
    Naast de afweer op basis van antilichamen bestaat er ook een afweer die op basis van witte
    bloedcellen (T-cellen). Waar antistoffen zich voornamelijk richten op de buitenkant van het
    virus, zetten de T-cellen de aanval breder in en richten zich ook op andere eiwitten van het
    virus. Voor SARS-CoV-2 betekent het dat antistoffen vooral gericht zijn tegen de
    spijkervormige uitsteeksels (spikes) op het virusdeeltje, terwijl de immuuncellen behalve op
    de spikes ook reageren op de eiwitten dieper in het virus. Zelfs op de kleine eiwitjes die het
    virus alleen aanmaakt als het cellen geïnfecteerd heeft. Die bredere aanpak kan verklaren
    hoe eerder verworven afweer tegen verkoudheidscoronavirussen ook bescherming biedt
    tegen het nieuwe coronavirus.
     
    „Dit onderzoek heeft interessante implicaties”, zegt Debbie van Baarle, hoogleraar immunologie
    van het UMC Utrecht en tevens verbonden aan het RIVM. „Kennelijk heeft een gedeelte van de
    bevolking op deze manier al weerstand tegen dit nieuwe virus. Als iemand antilichamen heeft,
    voorkomt dat het binnendringen van een virus. Maar antilichamen tegen coronavirussen
    verdwijnen na een paar jaar weer uit het bloed. De cellulaire immuniteit biedt waarschijnlijk
    langduriger bescherming, het virus komt wel binnen maar wordt dan effectief bestreden. Die
    langdurige bescherming zien we bijvoorbeeld ook bij de vaccinatie tegen gele koorts. De T-
    cel-respons is daarna nog 10 tot 20 jaar meetbaar.”
     
    Het Amerikaanse onderzoek, uitgevoerd onder leiding van Alessandro Sette en Shane Crotty
    van het La Jolla Institute for Immunology, is het eerste dat de cellulaire afweer tegen SARS-
    CoV-2 goed in kaart brengt. De omvang was beperkt: twintig mensen zonder corona
    (bloedmonsters verzameld tussen 2015 en 2018) en twintig mensen die besmet zijn geweest
    met het coronavirus (bevestigd door ofwel een genetische test ofwel een antilichaamtest). Met
    opzet hebben de onderzoekers gekozen om het vooral te bestuderen bij mensen met milde
    klachten.
     
    Schoolgaande kinderen hebben vaker snotneuzen en voor ouderen is dat misschien wat langer
    geleden. Zou dat verschil in blootstelling aan coronavirussen ook de gevoeligheid voor Covid-
    19 bepalen? Volgens Van Baarle is dat nog niet duidelijk, maar zou het wel interessant zijn om
    uit te zoeken. „Maar je moet wel naar het hele plaatje bij elkaar blijven kijken. Kinderen
    hebben misschien ook minder receptoren via welke het virus kan binnendringen, en ouderen
    hebben ook een immuunsysteem dat minder goed reageert, zowel wat betreft het aanmaken
    van antistoffen als wat betreft het activeren van afweercellen. Dat kan evengoed een rol
    spelen.”
     
    Maar stel dat het zo werkt, zouden we dan niet de bevolking kunnen beschermen tegen Covid-
    19 door iedereen verkoudheidsvirus in de neus te spuiten? „Dat is zeker een mogelijkheid”,
    zegt Van Baarle, „Maar bij kwetsbare ouderen kan een mild verkoudheidsvirus ook al stevige
    ziekte veroorzaken, dus ik zou dan meer denken in de richting van vaccinatie met een
    verzwakt verkoudheidsvirus, dat wel de afweer oproept maar geen ziekte veroorzaakt.”
     
    Het volledige artikel: NRC Handelsblad - Sander Voormolen 16/17 mei 2020
     
 
     
     
 

 

Groepsimmuniteit zonder vaccin is hersenschim

    Medisch Contact - Henk Maassen 15 mei 2020
     
    Ondanks meer dan 27 duizend bevestigde sterfgevallen door covid-19 is slechts 4,4 procent
    van de Fransen daadwerkelijk besmet geweest, met uitschieters naar 10 procent in de hardst
    getroffen Franse regio’s. Dat is ver beneden het getal dat nodig is voor groepsimmuniteit, dat
    wordt geschat op 65 procent.
     
    Henrik Salje e.a. melden dat in Science. In Spanje is een vergelijkbaar getal gevonden: ook
    meer dan 27 duizend doden en slechts 5 procent van de geteste bevolking had antistoffen
    tegen het virus. Al met al is de conclusie van Salje e.a. dat er vrijwel zeker een tweede golf
    komt als de lockdown-maatregelen worden opgeheven, hetgeen in Frankrijk nu geleidelijk
    gebeurt.
     
    Zolang er geen vaccin is, zal er langs natuurlijke weg geen groepsimmuniteit kunnen komen,
    stelt een editorial van de Nature Biomedical Engineering-redactie, dat mooi aansluit op deze
    bevindingen. Om de simpele reden dat er dan veel te veel slachtoffers zullen vallen. De enige
    remedie is daarom vanaf nu over een (zeer) lange periode fysieke afstand houden, massaal
    testen, nieuwe gevallen isoleren, contacten opsporen en die vervolgens twee weken quarantaine
    opleggen. Dat testen op het RNA van het virus moet dan wel breed en frequent gebeuren.
    Vergis je niet: dat betekent dat dagelijks ten minste 2 procent van de bevolking van een land
    moeten worden getest. En dan moeten, aldus de redactie van het vakblad, GGD’s en andere
    instellingen vervolgens zeker 60 procent van de contacten van een geïnfecteerd persoon vinden,
    in quarantaine kunnen plaatsen en die ook testen, teneinde zo de verspreiding van het virus
    voldoende te beheersen. Het blijft een immense opgave.
     
    Het volledige artikel: Medisch Contact - Henk Maassen 15 mei 2020
     
 
     
     
 

 

Bewust besmetten met corona voor vaccintest komt dichterbij

    FD - Thieu Vaessen 14 mei 2020
     
    Nu de coronacrisis aanhoudt, gaan wereldwijd stemmen op om de ontwikkeling van een vaccin
    te versnellen door proefpersonen bewust te besmetten met het coronavirus. Het gaat om een
    precair debat: is het ethisch gezien wel toelaatbaar om vrijwilligers bloot te stellen aan een
    ziekte die deze proefpersonen het leven kan kosten?
     
    Tot de voorstanders behoort de Wereldgezondheidsorganisatie WHO, die wel een reeks
    voorwaarden stelt. Ook Congresleden in de Verenigde Staten pleiten voor zogenoemde
    'blootstellingsstudies'. Inmiddels bekijkt het medische onderzoeksagentschap National
    Institutes of Health (NIH) van de Amerikaanse regering of het bewust blootstellen van
    vrijwilligers aan het coronavirus uitvoerbaar is.
     
    De verantwoordelijke instantie in Nederland, de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek
    (CCMO) sluit een Nederlandse blootstellingsstudie naar het coronavirus niet bij voorbaat uit.
     'Maar dergelijke studies moeten aan strenge eisen voldoen', zegt Joop van Gerven, voorzitter
    van de CCMO.
     
    Wetenschappers werken aan circa honderd mogelijke vaccins tegen het coronavirus. Een klein
    aantal vaccins wordt inmiddels getest op menselijke vrijwilligers, vooral op bijwerkingen.
    Onderzoek naar de effectiviteit van de geboden bescherming is veel lastiger, zolang het min
    of meer toeval is of proefpersonen in aanraking komen met het virus.
     
    Blootstellingsstudies kunnen volgens de WHO grote voordelen hebben, met name doordat de
    resultaten veel sneller beschikbaar zijn. Een ander voordeel is dat onderzoekers de effectiviteit
    van verschillende vaccins beter met elkaar kunnen vergelijken, zo schrijft de organisatie in een
    document dat eerder deze maand is gepubliceerd.
     
    De organisatie doet een aantal suggesties om de risico's te beperken. Een van de ideeën is
    om alleen jonge volwassenen tot 30 jaar aan de onderzoeken te laten deelnemen. Als de
    proefpersonen toch Covid-19 oplopen, is de kans op een ernstig ziekteverloop bij deze
    jonge volwassenen klein.
     
    In Nederland reageren deskundigen terughoudend. 'Echt nog te riskant', oordeelt virologe
    Marion Koopmans van het ErasmusMC. Bewuste besmetting met het coronavirus is volgens
    haar pas acceptabel als er zicht is op een succesvolle behandeling van proefpersonen die
    ziek worden.
     
    Net als Koopmans wijst ook Van Gerven van de CCMO op de risico's voor proefpersonen.
    Vrijwilligers moeten volgens hem goed worden geïnformeerd over de gevaren. Ook moeten de
    onderzoeksresultaten 'een betrouwbare voorspelling' geven over de beschermende werking
    van een vaccin. 'De geschiedenis leert dat deze waarden juist in een crisis snel in de
    verdrukking komen', aldus Van Gerven, tevens hoogleraar neuropsychofarmacologie bij het
    LUMC in Leiden.
     
    Toch gooit Van Gerven de deur niet dicht. Hij wijst erop dat de CCMO in het verleden al eens
    groen licht heeft gegeven voor een onderzoek naar een malariavaccin, waarbij proefpersonen
    zich lieten prikken door malariamuggen. Het ging om een malariavariant die goed te
    behandelen is.
     
    Nederland speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van een vaccin tegen Covid-19. Dat
    komt met name doordat de Amerikaanse multinational Johnson & Johnson honderden
    miljoenen dollars investeert in vaccinontwikkeling door zijn dochterbedrijf Janssen in Leiden.
    De onderneming liet onlangs weten dat ze zeker een blootstellingsstudie zal overwegen,
    indien toezichthouders daar toestemming voor geven.
     
    Volledig artikel: FD - Thieu Vaessen 14 mei 2020
     
 
     
     
 

 

WHO maakt gehakt van groepsimmuniteit

    Joop BNN Vara 12 mei 2020
     
    Tijdens een briefing over Covid-19 van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wilde een
    Braziliaanse journalist weten of er al iets bekend is over groepsimmuniteit. Met name in
    hoeverre het percentage van mensen met antistoffen in lichaam bepalend is voor de
    bescherming van de samenleving tegen het coronavirus. Groepsimmuniteit werd op 18 maart
    door premier Rutte gepresenteerd als het uiteindelijke beschermingsmiddel tegen het virus.
     
    De Amerikaanse epidemioloog Maria Van Kerkhove, technisch leider van het WHO-
    bestrijdingsteam, antwoordde dat er in verschillende landen een groot aantal onderzoeken
    loopt, zo’n 90 stuks, naar de aanwezigheid van antistoffen onder de bevolking. Van slechts
    een studie zijn de resultaten al gepubliceerd maar de WHO heeft van andere onderzoeken de
    voorpublicaties kunnen inzien dan wel de voorlopige resultaten.
     
    In de meeste gevallen blijkt het aantal mensen met antistoffen tussen de 1 en 10 procent van
    de bevolking te bedragen. Dat is opvallend laag en veel te weinig om te zorgen voor
    groepsimmuniteit. Ze legde uit dat het concept van groepsimmuniteit eigenlijk thuishoort bij
    vaccinatie en dan aangeeft welk percentage van de mensen gevaccineerd moeten worden om
    een ziekte onder controle te krijgen. In het geval van Covid-19 is er geen vaccin beschikbaar.
     
    Michael Ryan, de Ierse arts die hoofd-directeur is van het WHO Health Emergency Programma,
    wees er op dat de term herd immunity afkomstig is uit de diergeneeskunde en gebruikt wordt
    om ziektes binnen veestapels te controleren. “Daarbij wordt niet gekeken op een dier meer of
    minder, het gaat om het economisch belang van de kudde.” Het concept is ongeschikt om toe
    te passen op mensen, maakte Ryan in niet mis te verstane woorden duidelijk.
     
    Ryan vertelde dat het lage besmettingspercentage er ook op wijst dat de ziekte veel
    gevaarlijker is dan eerder gedacht. “We gingen er vanuit dat de sterfgevallen de uitzonderingen
    waren en de rest van de bevolking er weinig last van had. Dat blijkt niet het geval. Gezien het
    lage percentage personen met antistoffen is het aandeel zware gevallen veel groter dan we
    eerst dachten. Deze ziekte is echt volksvijand nummer een. We zijn pas veilig als iedereen
    veilig is, van verzorgingshuis tot vluchtelingenkamp.”
     
    Het lage percentage personen met antistoffen maakt de samenleving ook veel kwetsbaarder.
    Volgens Van Kerkhove zijn de middelen beschikbaar om de ziekte onder controle te krijgen:
    het testen van personen, het traceren van hun contacten als ze besmet blijken en het isoleren
    van de patiënten. Daarnaast moet de bevolking zich aan de voorzorgsmaatregelen houden.
     
    Ryan: “We hebben nu een tweede kans om de ziekte onder controle te krijgen.”
     
    Premier Mark Rutte verklaarde in zijn historische speech van 18 maart dat groepsimmuniteit
    zou zorg dragen voor de bescherming van ouderen en kwetsbaren. Dat zorgde voor kritische
    vragen en opmerkingen. Later stelde hij dat het concept geen doel van het beleid vormde.
     
    Volledig artikel: Joop BNN Vara 12 mei 2020
    Video WHO
     
 
     
     
 

 

We kunnen de zestigplussers beschermen

    NRC Handelsblad - Jaap Goudsmit 4 mei 2020
     
    Passieve immuniteit Voordat er een vaccin is kan de huisarts een cruciale rol spelen om ons
    met virustests en antistoftherapie te verlossen van de ‘lockdown’.
     
    In Nederland zijn 4,3 miljoen mensen boven de 60 jaar. Vanaf die leeftijd beginnen
    ouderdomsziekten zich op te hopen en Covid-19 komt daar nog eens bovenop. Dit aspect is
    veronachtzaamd.
     
    Wel kunnen we het rijksvaccinatieprogramma voor 60-plussers uitbreiden met zogeheten
    passieve immunisatie, via het toedienen van antistoffen aan ouderen boven de 60 jaar als ze
    een bewezen coronavirusinfectie hebben en progressieve luchtwegklachten.
     
    Er zijn inmiddels de eerste proeven gedaan die erop wijzen dat deze strategie, mits op tijd
    begonnen, succes kan hebben. De lokale productie van een coronavirusantistofpreparaat –
    ‘hyperimmuun globuline’ – moet worden opgeschaald tot een voorraad voor minstens 20.000
    ouderen. Alle 60-plussers zouden deze passieve immunisatie van de huisarts moeten kunnen
    krijgen bij het eerste teken van aanhoudende kortademigheid.
     
    Volledig artikel: NRC Handelsblad - Jaap Goudsmit 4 mei 2020
     
 
     
     
 

 

WHO: "Ex-coronapatiënten die voor een tweede keer positief testen,

    zijn niet opnieuw besmet"
    HLN 7 mei 2020
     
    Hoewel gezegd werd dat een eerste besmetting met Covid-19 je (een tijdlang) immuun maakt
    voor een tweede besmetting, testten sommigen na hun herstel voor een tweede keer positief.
    De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) formuleert eindelijk een antwoord op de vraag
    waarom patiënten twee keer ziek kunnen worden van het coronavirus. 
     
    Dankzij recente data kan de WHO nu klaar en duidelijk stellen dat personen (op korte termijn)
    onmogelijk tweemaal besmet kunnen worden met het coronavirus. “We zijn ons ervan bewust
    dat sommige patiënten positief testen nadat ze klinisch terug hersteld zijn”, aldus de WHO.
    Volgens de WHO gaat het daarbij niet om een tweede besmetting, maar wel om de laatste
    restjes van het virus die op dat moment uit de longen worden verdreven. Het is een
    onderdeel van de herstelfase.”
     
    Voorlopig is nog wel onduidelijk hoelang patiënten die besmet zijn met het coronavirus bestand
    zijn tegen een nieuwe besmetting. Ook weten experts niet zeker hoelang besmette patiënten
    het virus exact verspreiden. “Om te begrijpen hoelang ze het virus verspreiden, is de
    systematische verzameling van monsters van herstelde patiënten vereist”, besluit de WHO.
     
    Volledig artikel: Welingelichte Kringen - Jeanette Kras 7 mei 2020
     
 
     
     
 

 

WHO biedt uitsluitsel over immuniteit na besmetting

    Welingelichte Kringen - Jeanette Kras 7 mei 2020. Bron HLN.
     
    Sommige mensen die besmet zijn geweest met het coronavirus zijn voor een tweede keer
    positief getest. Daardoor ontstond de vrees dat een besmet persoon niet immuun zou zijn. De
    Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) komt nu met goed nieuws: wie besmet is geweest,
    heeft wel degelijk immuniteit. De vraag blijft hoe lang dat zo is.
     
    Met name in Azië zijn zeker honderd mensen voor een tweede keer positief getest op Covid-19.
    Op basis van recente data concludeert de WHO nu dat het onmogelijk is om twee keer achter
    elkaar besmet te raken met het coronavirus. Het zijn de overblijfselen van de eerste
    besmetting die voor een tweede positieve test zorgen.
     
    “We zijn ons ervan bewust dat sommige patiënten positief testen nadat ze klinisch zijn
    hersteld”, aldus de WHO. “Maar dit is een onderdeel van de herstelfase.”
     
    Nu blijven er twee vragen over: Hoe lang verspreiden besmette mensen het virus nog? En hoe
    lang zijn ze immuun? Om daar iets over te kunnen zeggen, zijn nog meer data nodig van
    herstelde patiënten, klinkt het.
     
    Volledig artikel: Welingelichte Kringen - Jeanette Kras 7 mei 2020
     
 
     
     
 

 

Wat we wél en nog niet weten over immuniteit tegen het coronavirus

    Business Insider / Holly Secon 4 mei 2020
     
    Volgens de officiële tellingen zijn meer dan een miljoen mensen genezen van de symptomen
    van Covid-19
     
    “We weten nog niet precies hoelang mensen immuun blijven, hoe het zit met de mate van
    mmuniteit en of iedereen voor een langere termijn immuun blijft”, zegt microbioloog Francesi
    Lund van de University of Alabama tegen Business Insider.
     
    Je immuunsysteem werkt met twee soorten afweer: de zogenoemde aspecifieke afweer en het
    adaptieve systeem.
     
    De algemene of aspecifieke afweer werkt deels aan de buitenkant van je lichaam om virussen,
    schimmels en bacteriën tegen te houden. Het gaat dan om fysieke barrières zoals de huid,
    maar ook slijmlagen, reacties zoals niezen, en de spoelende werking van tranen en urine
    houden ongewenste indringers buiten.
     
    Het adaptieve afweersysteem werkt trager, maar als je herstelt van een eerste besmetting,
    ontwikkelt dit systeem antistoffen waardoor een lichaamsvreemde structuur uitgeschakeld kan
    worden als die na een eerste besmetting opnieuw opduikt.
     
    De onderzoekers vonden ook een verband tussen de leeftijd van patiënten en de mate waarin
    mensen antistoffen hadden ontwikkeld. Bij ouderen werden hogere concentraties van
    antistoffen gevonden dan bij jongeren.
     
    De bekende Amerikaanse viroloog Anthony Fauci gaf begin april aan dat mensen die herstellen
    van Covid-19 waarschijnlijk immuun zijn, mocht er dit najaar een tweede coronagolf komen. “In
    algemene zin weten we van dit type infectie dat je in ieder geval voor een behoorlijke periode
    antistoffen ontwikkelt die beschermend werken”, aldus Fauci.
     
    Volledig artikel: Business Insider / Holly Secon 4 mei 2020
     
 
     
     
 

 

Nederlandse groepsimmuniteit nog niet in zicht: 3 procent heeft

    antistoffen tegen corona
    De Volkskrant - Maarten Keulemans 16 april 2020
     
    De veelbesproken ‘groepsimmuniteit’ voor het nieuwe coronavirus is nog ver te zoeken. In
    Nederland heeft tot dusver zo’n 3 procent van de bevolking afweerstoffen tegen het virus
    opgebouwd. Voordat het virus is uitgeraasd, moet minstens 50 procent een infectie hebben
    gehad.
     
    Dat blijkt uit gegevens van bloedbank Sanquin, die RIVM-hoofdwetenschapper Jaap van Dissel
    woensdagochtend presenteerde aan Tweede Kamerleden. De cijfers duiden erop dat in ons land
    minstens een half miljoen mensen een infectie door het coronavirus moeten hebben
    doorgemaakt. Dat lijkt veel, maar betekent vooral dat veruit de meeste mensen nog
    bevattelijk zijn voor de ziekte.
     
    ‘Het laat zien dat we ons voor wat betreft de bijdrage van beschermende immuniteit niet rijk
    moet rekenen’, reageert hoogleraar virologie Marion Koopmans desgevraagd. Experts hoopten
    dat het virus ongemerkt al veel meer mensen had geïnfecteerd, zodat de vloedgolf van de
    ziekte in feite voorbij was.
     
    De huidige gegevens lopen een week of vier ‘achter’, omdat de opbouw van immuniteit tijd kost
    en omdat men bloedmonsters onderzocht die Sanquin vorige week binnen kreeg. Bovendien
    zitten mensen die geen bloed kwamen doneren omdat ze ziek thuis zaten er niet bij, benadrukt
    Sanquin.
     
    ‘Maar stel dat we straks uitkomen op 6 procent, het dubbele’, zegt Koopmans. ‘Dan nog zal het
    niet veel invloed hebben op het remmen van de epidemie.’
     
    Anderzijds, alle beetjes helpen. ‘Drie procent betekent toch weer dat het besmettelijkheidsgetal
    R ongeveer 3 procent lager ligt’, constateert statisticus Casper Albers (RUG). Dat getal is een
    maat voor hoeveel mensen worden aangestoken per besmet persoon, en speelt een sleutelrol
    bij de maatregelen die men neemt.
     
    Volgens de voorlopige bloedbankcijfers is onder dertigers nu 3,4 procent drager van antistoffen
    tegen corona. Bij veertigers heeft 3,5 procent antistoffen, bij vijftigers 3,1 procent. Experts
    nemen overigens aan dat antistoffen bij eventuele milde ziektegevallen soms in het geheel niet
    aantoonbaar zijn in het bloed.
     
    Het volledige artikel: De Volkskrant - Maarten Keulemans 16 april 2020
     
 
     
     
 

 

De weerstand van Nederland is een groot vraagteken

   

NRC Handelsblad - Sander Voormolen 8 april 2020

     
    Groepsimmuniteit Wanneer hebben genoeg mensen immuniteit opgebouwd? Over weerstand en
    het coronavirus is nog heel veel onbekend.
     
    Groepsimmuniteit biedt een uitweg: het zou de samenleving kunnen verlossen van de dreiging
    van het nieuwe coronavirus. Zwakke groepen profiteren dan van de weerstand die anderen
    hebben opgebouwd. Maar bij een nieuwe infectieziekte als Covid-19 zijn er nog zoveel
    onzekerheden, dat je er niet voetstoots vanuit kunt gaan dat dit werkt.
     
    Het volledige artikel: NRC Handelsblad - Sander Voormolen 8 april 2020
     
 
     
     
 

 

Eerste resultaten over opbouw immuniteit tegen corona komende

    weken verwacht
    NOS - Francien Yntema 6 april 2020
     
    Zicht op de immuniteit heeft consequenties voor iedereen. In zijn briefings aan de Tweede
    Kamer zegt RIVM-baas Jaap van Dissel dat die informatie helpt om te bepalen hoe lang
    maatregelen van kracht moeten blijven. En in Nieuwsuur zei hij dat zo'n 50 tot 60 procent van
    de bevolking het virus moet krijgen voordat we 'groepsimmuniteit' bereiken: het punt waarop
    mensen die immuun zijn een beschermende muur vormen rond kwetsbare groepen.
     
    Vaststellen wie beschermd is blijkt niet eenvoudig. "Iemand die met het virus in contact is
    geweest maakt antistoffen aan", zegt Marion Koopmans, hoofd van de afdeling virologie van het
    Erasmus MC. "Maar er bestaan verschillende soorten antistoffen die niet allemaal tegelijkertijd
    worden aangemaakt. En er zijn grote verschillen tussen personen."
     
    Om te weten of mensen écht beschermd zijn, meten het Erasmus MC en het RIVM niet alleen de
    hoeveelheid antistoffen. Ze onderzoeken ook de effectiviteit van de antistoffen in celkweekjes.
     "Daarin zie je of antistoffen daadwerkelijk een infectie van cellen tegen kunnen gaan. Dat is op
    dit moment de beste manier om te bepalen of iemand immuun is", zegt Koopmans.
     
    Over de immuniteit zelf bestaan ook nog prangende vragen. "We weten nog niet hoe lang de
    bescherming tegen het virus blijft bestaan", zegt Fiona van der Klis. Zij leidt bij het RIVM het
    zogeheten PIENTER-onderzoek naar de opbouw van immuniteit. "Daarnaast willen we weten of
    bepaalde leeftijdsgroepen sneller weerstand opbouwen."
     
    Om deze en andere vragen te beantwoorden zijn onlangs vier onderzoeken van start gegaan.
    Bij het RIVM, het Rotterdamse Erasmus MC, het Leids Universitair Medisch Centrum en bij
    bloedbank Sanquin.
     
    Het volledige artikel: NOS - Francien Yntema
     
 
     
     
 

 

Het bereiken van de door premier Rutte gewenste groepsimmuniteit

    kan jaren duren
   

NRC Handelsblad - Sander Voormolen 17 maart 2020

     
    Bestrijding Zolang er geen vaccin is, moet groepsimmuniteit bereikt worden door mensen
    besmet te laten raken. Hoe werkt dat?
     
    Het volledige artikel: NRC Handelsblad - Sander Voormolen 17 maart 2020
     
 
 
  Back to Top
 
 

 
 

Index

|

Overheid RIVM WHO CEPI CCMO

|

Vaccinresearch

|

Medicijnen

|

Immuniteit

|

Landen

|

Artikelen Columns

 
 

Vaccins en medicijnen tegen coronavirus SARS-CoV-2 | Liliane Limpens | Disclaimer | update 18 november 2020